In en om Assen





Interview met Wander Eleveld


Bronvermelding:
'De historie van het landgoed Vredeveld'. Scriptie van Sander Schimmel, Assen 1 april 1977.


Deze foto uit 1976 toont Wander Eleveld (rechts) en Meent van der Sluis (links) in een van de gebouwen van Licht & Kracht in Assen


Wander Eleveld (20.05.1902), natuurwachter en onbezoldigd veldwachter.
Adres: Oosterparallelweg 36 te Assen



De cursief geplaatste delen in de tekst zijn voetnoten van Sander Schimmel


"Ouwe meneer Krans was leraar tekenen aan de H.B.S. Hij was niet zo heel gemakkelijk voor de jongens hoor! Want hij was best in staat om je de bank uit te scheuren, en je een paar keer op je mieter te geven. Hij had een smal gezicht, tanig, had een beste knevel, een sik, en keek altijd wat stoers uit, had een kort model rijbroek aan, lange kousen, schoentjes met hoge hakjes eronder, en daar stapte hij dan 's morgens naar de H.B.S. toe en 's avonds weerom. Maar het was een hele typische verschijning, je zou haast zeggen... tja...'t is geen Hollander, als je die cowboys ook ziet met die snorren en die grote sikken, zoals Buffalo Bill, die had ook zo'n kop vroeger, zo getaand, geel.

Maar hij had dezelfde allures ook als van Valkenstijn. Ook 's avonds en in de weekends de boel om het huis toe zoveel mogelijk opharken, de lanen, en dat moest Jan in hoofdzaak doen -Jan, een zoon, was nog bij hem in huis, en die had ze alle zeven niet op een rijtje staan, die was niet normaal - Hetgeen zoals gemeld veroorzaakt was door zijn val van watertoren -, maar kwaadaardig wasie niet. Hij kon wel kwaad worden! Maar dat was hetzelfde gezicht ook, Jan had ook zo'n snor, maar geen sik, maar toch hetzelfde type ook, het was wel een zoon van hem- en die harkte dan de boel op en dan kon meneer Krans precies zien of er 's nachts ook een geweest was. Maar er kwam ook geeneen aan huis dan anders een die per se een boodschap had, of met boodschappen zowat die ze daar brachten.

En dan had je daar zo'n soort vleugel die ernaast was, dat was meer een koetshuis, en dat was dan meteen het huis voor de tuinman vermoedelijk, want het was wel aangebouwd, zo gedeeltelijk uit de vijver nog opgebouwd, en daarboven was een woninkje, een klein woninkje, een bovenverdiepinkje, en daarnaast was de hooizolder met beneden dan het koetshuis, en daarnaast was een paardestalletje, daar konden enige paarden staan. De zoon Louis, de kustschilder, heeft er nog een tijd gewoond en is er overleden ook - Onjuist, Louis overleed in zijn woning aan de Loonerstraat 28 - . Daar kon de ouwe niet mee worden, de ouwe was niet zo gemakkelijk, hij kon niet met Louis opschieten - Onjuist, de verhouding tussen Louis en zijn vader was niet abnormaal slecht - Louis had een vrij huwelijk met een Griet Prins - Deze vrouw heette zoals bekend Griet Prinsen -

"Wat is een vrij huwelijk?" "Had een vrouw maar hij was er niet mee getrouwd - Onjuist: Na verloop van tijd zijn Louis en Griet normaal in het huwelijk getreden -. Want dat had hij z'n moeder beloofd: hij zou Griet niet trouwen. En Griet kwam hierachter van Lombok waar nou Port Natal is of de Stichting, uit zo'n plaggehut - Onjuist: Griet was afkomstig uit Rolde - (6). Dat was dan te min. Maar goed, ze hadden geloof ik drie kinderen, maar de kinderen, maar de kinderen hebben allemaal wel zijn naam gekregen, 't waren wel Kransen! Want op 't ogenblik heb je nog Kransen hier in Assen zitten, dat zijn nazaten van de ouwe Krans. Je had hier vroeger, da's nog niet zo heel lang geleden, in de Gyranasiumstraat had je Appie - Dat was dus Albert Jan Louis - zo noemden we hem. Dat was een zoon van Louis en Griet Prins, Dan waren d'r nog twee wichten - Bedoeld zijn Annie en Corrie, wier volledige geboortenamen niet achterhaald zijn. Eleveld vergeet Robert te noemen, die overigens in bezit is van de kinderen Lion (tekenleraar), Raimom (drukker) en Erna (verpleegster), terwijl Corrie vier kinderen heeft, waarvan er twee in Duitsland wonen, één in Appelscha en één thuis - .


Foto genomen tussen 1910 en 1920 toont de oprijlaan naar het voormalige Huis Vredeveld te Assen. Op de achtergrond de voormalige boswachterswoning aan de Rolderhoofdweg. (collectie: Drents Archief)


Het heidelandschap van commissaris Linthorst Homan

Ze hadden hele mooie namen, ze waren katholiek en dan hebben ze mooie namen. De ouwe ja, tante Anna was er geloof ik toen ook nog, Krans zijn vrouw is ook nogal vroeg overleden, nou ja dat is altijd tè vroeg, en het is haar zuster, tante Anna, die is toen by hem gekomen als huishoudster - Onjuist: Tante Anna was geen zuster van Elisabeth Beekman - en die heeft toen de boel daar zo'n beetje geregeerd. Maar eten en zorgen toen Louis ziek was, dat was er niet bij, laat 'm maar verrekken. Maar toen zorgde Griet -zijn onwettige vrouw, die woonde hier aan de Nieuw straat - Die haaks stond op de huidige Rembrandlaan, ongeveer ter hoogte van garagebedrijf Thies - nog wel dat hij af en toe wat eten kreeg. Maar als hij geld had, ja dan kreeg zijn vrouw ook geld, want Louis, dat was een behoorlijke goeie kunstschilder. Die had daar lieden van naam; de commissaris Linthorst Homan, die had nog grote schilderijen van hem En die had ook een grote, en daar had-ie een ongelukje mee gekregen. Ja, toen moest Louis dat schilderij maar eventjes weer bijwerken hè. En hij heeft het bijgewerkt en ja, toen kwam het schilderij in het rijtuig bij meneer, en dan had meneer Linthorst Homan een koetsier en een palvenier (huisknecht).

En dan zat die palvenier deftig, met de handen over elkaar op de bok met een uniformjas aan, en of er nu gouden biezen op de armen zaten weet ik niet, maar in ieder geval wel een gouden band op de hoge zije die ze ophadden, de hoge hoed, en opzij een ornament, hoe heet het, een soort corsage en dat was dan een hele deftigheid! En hij had twee bruine vossen, prachtige mooie paarden, witte voeten, en als die dan uit rijden gingen in de koetsewagen, dat was dan een heel evenement hoor! Dat was toch wat! En dan zullen ze dat schilderij wel in het rijtuig naar hem toegebracht hebben ( ... ). Het was een landschap, een heidelandschap, achter Rolde weg. Op de achtergrond kon je de toren van Rolde dan nog zien, dat kan ik me er nog van herinneren, en op de voorgrond de scheper met de schapen. En dan had hij de schapevachten, dikke klodders verf had-ie er maar opgekwakt en wat neergedrukt, maar toch, de rimpels als een schaap zich wat ombuigt, dan komen er zulke rimpels in de wol hè, alles precies, prachtig mooi - Eleveld is zelf actief amateur-schilder en weet dus waarover hij praat -

Maar goed, Louis had dat schilderij toen opgeknapt, en toen moest meneer natuurlijk maar eens even kijken wat of het geworden was hè, meneer Linthorst Homan, en ja, die komt bij Louis, en het was mooi, het was klaar, je kon er niets meer van zien, het was in orde. En wat moet me dat kosten, meneer Krans? Driehonderd gulden meneer. Wat, driehonderd gulden?! Och man, dat was toen in die tijd wat! Ja meneer, dat moest-ie er nodig voor hebben. Nou maarre, dat betaalt-ie'niet. Nou ja, dan hou ik het schilderij, dan krijg je het schilderij niet mee! Zo moet het gegaan zijn. Ja, ik ben er niet bijgeweest, maar dat zijn allemaal de vaste verhalen hierzo hoor - Hoewel het verhaal over Linthorst Homan niet valt te verifiëren is het verhaal duidelijk een voorbeeld van de legendevorming rond Vredeveld - En dan kwam je nog wel eens met hun aan de praat, maar het waren toch zonderlingen.

En Jan, die gek zeiden wij dan vroeger maar, maar tegenwoordig mag je het woord gek niet meer gebruiken, Jan de gek die liet nogal vaak wat los hoor, die vertelde nogal 's. En daar zijn we dan ook nog wel eens wat van aan de weet gekomen. Maarre Linthorst Homan moest wel die driehonderd gulden betalen en dan kon hij het schilderij weer meekrijgen. Maar ja, dat schilderij was duizenden guldens waard, absoluut, het was een pracht-, prachtding." "Hoeveel zonen had die oude Krans?" "Ja, dat was nogal een stuk of wat. Toen had je Guido, er ik meen haast dat die veearts ofzowat geworden is. En Jan was thuis, en Louis de kunstschilder, Norbert, die was dokter. En nu heb ik dat niet zó precies na kunnen gaan, maar Norbert die was in India als dokter - Het is niet duidelijk of Norbert inderdaad arts was, of dat hij voor zijn vroege dood zijn studie niet heeft afgemaakt - En die komt hier toen een tijdje met verlof, en die moet flauwekul uitgehangen hebben met schooljongens in het Teelinck bos. Nou daar is ruchtbaarheid aan gekomen, d'r zou hier een agent zijn en hij moest op het politiebureau komen, en ze hebben Norbert op het politiebureau laten komen, en die moet toen een pilletje genomen hebben, fwwwt, en hij was wijlen. Maar daar weet ik eigenlijk zelf persoonlijk niet zoveel van want dat is allemaal maar van horen zeggen hoor - Deze geschiedenis is fictioneel -


Foto genomen tussen 31-10-1926 en 31-03-1927 toont de huidige bewoner (vermoedelijk Jean Krans) van havezate Vredeveld (Valkenstijn) aan de Rolderweg 26 (later Amelte 2) te Assen. (Collectie gemeente Assen)


Anna had wel in de gaten dat ze aan de pimpel waren

Maar het zit er wel in. Maar ze waren absoluut zonderling. En Krans had een hele mooie lijfspreuk van "goeie wijn behoeft geen krans, maar Krans behoeft wel goeie wijn". En meneer Krans was ook directeur van een kamermuziekkorps hier in Assen, daar was allemaal meer elite bij', het heete Smanks, daar was hij directeur van. Maar een prachtig mooi stukje muziek gaven ze weg! Kom maar op! Daar waren erbij dokter Lubbering en zijn vrouw, die woonden hier toen aan de Brink, waar nu dat bejaardenhuis is, maar dat waren dè (.... ) van Assen hè, die was oog-, oor-, neus- en keelarts, specialist; de jongens van Ewold, die waren op Rijkskantoren; Hans Ebels, de caféhouder van Café Centraal/De Brink, en, toe maar, nou ja, het waren allemaal mensen uit de middenstand; de jongens van Manak, de oudste jongens, Sjors en Marten, die waren ouder dan ik (nou ja, ze zullen nou misschien allebei wel dood zijn, Marten is tenminste al jaren dood, en Sjors is toen indertijd naar Haren toegegaan, die was leraar aan de ambachtsschool in Sneek, toen ik een kwajongen was is hij' daar naar toe gegaan, toen was ik al bij' Manak), en allemaal meer middenstanders.

Maar in die tijd moesten ze ook iemand voor slagwerk hebben, en dat was hier in Assen een moeilijkheid. En ja, bij' het Asser muziekkorps, daar had je een tromslager bij', Toon Rakkert. Een zoon daarvan die woont hier nu nog in de stad op Luchiesland die kant uit, en waar die anderen zitten ja een dochter ervan die is getrouwd met een man die hier vaak met bloemen op de markt staat, een Joling, ouwe man, die is daarmee getrouwd dus die is ook al oud. Maar Toon Rakkert dat was de trommelslager hier feitelijk van Assen. En, nou, die hadden ze er liever niet bij, die was eigenlijk niet voornaam genoeg, die was wel timmerman en die werkte voor zichzelf, met zijn zoon desnoods, maar dat was toch eigenlijk niet wat je noemt een middenstander. Maar ja, 't kon niet anders, toen moest Toon Hakkert er ook maar bij. Maar anders was het allemaal min of meer middenstanders, allemaal elite, wat erbij was. Maar dat zeg ik, ze gaven een prachtig mooi stukje muziek weg. Maar als er dan uitvoering was of zowat, dan moest je er wel op rekenen, dat meneer Krans wel lekker aangetukt naar huis toe ging.

En dan, nou, 't laatste was hier op de hoek, hier bij' de tunnel, bij Vergerman, later is het nog Turköuw geweest, maar nou is het café daar weg, met het oog op de tunnel, maar dat was de laatste uitzet, en ja, dat was dan midden in de nacht, in de vroege uurtjes, dat ze naar huis toe gingen, en dan was tante Anna doodsbenauwd dat hen een ongeluk overkomen was, en die had wel in de gaten dat ze aan de pimpel waren. Dan moest Jan overal nog gaan kijken, die zogenaamde gek dan hè, die moest dan kijken dat hij ze vond en die moest ze dan maar mee naar huis toe nemen. Maar hij deed z'n spreuk wel eer aan hoor, hij lustte wel wat."


Foto genomen tussen 1958 en 1961 toont de groentewinkel van J. Boxma, Steendijk 1 en rechts ernaast de woning van F.G. Thürkow, Steendijk 3 te Assen (later heet dit gedeelte ook Rembrandtlaan). Geheel rechts het café van A. Deenen (tot circa 1951 café Thürkow), Oosterparallelweg 74 (tot 1958 Steendijk 2). Op de achtergrond de zijgevel van het pand van Ons Belang. (collectie: Gemeente Assen)


Er werd gezegd dat het er spookte

"Hoe kwam hij nu aan ruzie met Louis, z'n zoon?" "Ja, toemaar, och, nee, daar kan ik ook eigenlijk weinig over zeggen, maar dat zeg ik, de ouwe was nogal eh model, streng, ook over de kinderen. En dat zal Louis misschien wel niet genomen hebben. En ik geloof ook niet dat ze veel thuis kwamen, nee, nooit veel gemerkt. En ze waren ook zo dat je er eigenlijk nooit dicht in de buurt mocht komen, want er liep een gracht om Valkenstijn heen, nou, daar kon je vroeger heerlijk op schaatsen. Nou ja, die grachten zijn nou wat verzand en dicht, maar dat waren vroeger behoorlijke grachten, daar konden we als kinderen prachtig mooi op schaatsen. Maar dat mocht lang altijd niet, en dan kwam de ouwe eraan met een stuk lawaai en een jachtgeweer bij hem en dan zoudie op je schieten! Nou, dan wij wel de schoffels onderweg -geen schaatsen hoor, schoffels-, weg! Dat, we kwamen niet te dicht in de buurt van Valkenstijn.

Nee, want dat grafkeldertje, daar keken we eerst wat raar tegenaan, maar later raakten we er ook mee vertrouwd. Er kwam niets in of uit, dus eh daar kon je gerust bij in de buurt komen.". "Waarom leefde Krans dan zo geïsoleerd?" "Ja, toemaar, of hij nou Valkenstijn na wou apen is ook mogelijk, maar het was helemaal een wat zonderling. Want wie liep nou in zo'n soort rijbroek, had nou een kort broekje aan, met hoge kousen aan en hoge hakjes onder de schoenen dat was toch abnormaal?! Maar hij deed het. En of hij nou de zin had van een ander land of zowat, dat hij op reis geweest is, dat hij dat nou eens mooi vond, is ook mogelijk, maar het had eigenlijk nergens wat mee te maken. De boeren hadden vroeger ook wel van die korte, broeken aan, een soort rijbroeken, en daar hadden ze desnoods een gesp opzitten, en dan lange zwarte kousen of blauwe kousen, maar geen hoge hakjes onder de schoenen, dat was er niet bij! Zoals meneer Krans dat had, en hoe hij erbij kwam, want in die tijd hadden zelfs de dames nog geen hoge hakjes, maar meneer Krans wel!

En dan, door die hoge hakjes had hij vanzelf een eigenaardige houding om te lopen, iets aparts. En dan had hij zo'n grote, vaak zo'n slappe hoed op, hoe heet zo'n ding " "Flambard?" "Ja, zoiets, net op dezelfde manier als cowboys want dan stond de ene kant meer omhoog, die was wat meer omhoog getrokken, en dan stapte hij zo statig langs de weg met die hoge hakjes onder de schoenen, 't Was iets aparts!" "Weet u waar hij vandaan kwam?" "Nee, nee, maar ja, Krans is toch een volledig Hollandse naam, maar ja, Louis, Guido, Norbert en zowat, dat is toch weer wat aparts, Frankrijk of daarvandaan. Maar ja, toen in die tijd, net als nu die Ambonezen zie je met Hollanders en die, toe, die zwarten, hoe heten ze ook alweer uit de West " "Surinamers." "Surinamers, die trouwen met blanke vrouwen of mannen, en zo gaat alles een beetje door elkaar hè, en zo zal dat ook wel met de Fransen gebeurt zijn, want uit de Franse tijd zijn hier nog wel soldaten achtergebleven vermoedelijk, of, tenminste.

Ze hebben een huwelijk gehad, want zo had je hier vroeger ook een stafmuzikant, Le Duc, die woonde hier ook bij de tunnel, en ja, zo veel zijn er hier achtergebleven, vind je hier vreemde namen, maar die komen allemaal uit de Franse tijd vandaan, en nou, de laatste jaren, heb je natuurlijk weer wat Duits, ook al is het nog niet zó slim, maar in de Franse tijd was het nog wel een beetje erger." "Hoe oud was hij toen hij hier kwam wonen?" "Nou, ik heb hem nooit anders gekend hoor, want toen ik kind was woonde hij er al, we wisten niet anders of Krans woonde er, want we hadden altijd nog een beetje respect ervoor, nee, we liepen niet hard om Valkenstijn toe Maar nog niet zo heel veel jaren geleden -en was het in de tijd dat Krans er woonde?- toen werd er gezegd dat het er spookte, want 's avonds zagen ze er altijd wat. Maar toen bleek het later, toen is de politie er ook nog achteraan geweest, toen: was er een raam op de slaapkamer, en daar was een ziek, en daar was een kaarsje bij. Dat kaarsje flikkerde wat, en die gordijnen die wapperden wat, en zodoende dachten ze dat het er spookte. Maar ja, toen in die tijd zagen de mensen nog wel eens wat....."


"Dat graf keldertje, daar keken we eerst wat raar tegenaan, maar later raakten we er ook mee vertrouwd. Er kwam niets in of uit, dus eh daar kon je gerust bij in de buurt komen." (foto: Drents Archief)


Bij het koetshuis zit nog een gat in de grond

"Is Krans hier in Assen begraven?" "Het zal wel, maar dat is onze neus voorbijgegaan, want ze waren katholiek hè. Ze hadden ook allemaal van die mooie namen, want Jan, die gek, die heette Jan Marie, en Appie had geloof ik ook twee namen, Appie, die zoon van Louis, -die hier in de Gymnasiumstraat woonde " "Is toen Krans overleed één van zijn zoons op Valkenstijn blijven wonen?" "Nee. Louis was toen al dood en verder woonde er geen van de Kransen, En tante Anna, waar die is beland weet ik niet. Jan is toen naar Wagenborger gegaan, naar de inrichting, dat weet ik wel. Als hij jarig was zorgden we altijd nog dat hij een koek ofzo-wat kreeg, wij hadden het ook niet zo ruim toen, maar Jan kreeg dan altijd nog een koek van ons, totdat hij overleden is daarzo. En dat was ook de laatste waar we nog contact moe hadden. Waar de andere jongens allemaal gebleven zijn Nou ja, Norbert was dood. Maar, van Krans óp zichzelf kan ik verder niet veel meer vertellen."

"Ik heb gehoord dat er een gang liep van Valkenstijn naar het oude klooster." "Wordt er wel beweerd, zeker. Voor een paar jaar hebben ze nog een keldertje daar blootgemaakt, daar zaten nog van die geglazuurde tegeltjes in en die hebben ze er toen nog uitgehaald. Een eindje het groenland in, meer naar de Rolderstraat toe, de vleugel aan deze kant, dat was de vleugel waar Louis dan nog zat, en het koetshuis, daarvandaan in die richting zit nog een gat in de grond, maar dat daar een gang naar het klooster toeliep, nee, want het had met het klooster eigenlijk absoluut niks te maken, alhoewel ze daar wel katholiek waren, maar het kan wel wezen dat daar zo'n vluchtgangetje geweest is, maar van in 't huis kon je daar ook niets van merken, daar was niets van te zien. In die richting is vroeger een kwekerij geweest, van Aleid Top (- Aleid Top was de volledige naam van de kweker -) "Was direkt na Krans de familie Bos de volgende bewoner?"

"Ja, och, daar kan ik ook nog wel wat van vertellen. Ze leven nog, ten minste Gerriet, die zie ik af en toe nog wel eens. Maar als je wat nodig had, een paard bijvoorbeeld, ga maar naar Gerriet Bos toe, al zou hij zijn eigen ( ) ook op stal laten, je kreeg een paard van Gerriet en gereedschap, als je een akkerland had om te ploegen ofzowat, dan kon je de ploeg en het hele zwikkie meekrijgen en je maakte het klaar. En als er anders wat was, ze waren altijd klaar. Toen ze 25 jaar getrouwd waren heb ik 's nachts daar staan te posten, want toen woonden m'n dochter en m'n schoonzoon in het oude tuinhuis van Mans Smit. En die zouden en moesten omdat ze vlakbij woonden ook daar op de bruiloft komen. Nou, ze zijn weggegaan en toen moest ik op hun oudste dochter passen. Mettertijd hoorde ik gerinkel daar op Valkenstijn. Ik denk, 't wordt tijd dat ik daar eens ga kijken, want zij zijn er, wie weet wat er te doen is. Nou, ik achter een boom gaan staan, en een paartje komt eraan, een man en een vrouw, of een jongen en een meid, en dan smokken ze mekaar kerel, dat het klapte daar zowat door het bos heen, en dan sloegen ze mekaar weer in het gezicht, en dan grepen ze mekaar weer, dan waren ze weer aan het vrijen, en zo waren ze weer aan het hoge ruziemaken!


Foto genomen tussen 1907 en 01-08-1911 toont De Rolderstraatweg (later Rolderweg, Steendijk en vanaf circa 1952 Amelte) in het gebied Amelte te Assen met links de kwekerij van Aleid Top bij het latere pand Amelte 16 en rechts een pand aan de noordzijde van de straat. Linksonder (langs de kwekerij) het einde van het Vredeveldsepad. (collectie: Gemeente Assen)


Het was een heel ongerieflijk huis

Maar toen kom ik daar dichterbij en toen kon ik daar door de ruiten heenkijken, en ik gluur, en daar ligt een meid op de divan beneden, laveloos. En Gerriet werkte toen op de slachterij, het abattoir, de noodslachting. En van die brede balken hadden ze daar toen, die vol ringen met worsten hingen. En de een had een hooivork en de ander een rief(?), en dat sloeg maar door die ringen vol worsten. En dan kwam er weer zo'n grote lat met wel zo'n 25 worsten naar beneden keilen, bovenop die meid, en die veroerde zich weer, maar ze snurkt meteen weer door, die was laveloos! Nou, dat heb ik toen eens ven aangekeken en ik denk: nou, het gaat wel goed om mij. En de ruiten die rinkelden daar maar, er werden ruiten ingeslagen of ingegooid. Dat weet ik dan nog van de Bossies." "Maar die hebben dat dus verwaarloosd?"

"Ja. Want de bedoeling was dus eigenlijk, dat voor jaren het afgebroken zou worden, en dan zou er een nieuwe villa op komen. Toen was alles al in kannen en kruiken, tot zelfs de verhuur van het huis aan een dokter, de Vries hier, een timmermansbaas, had het timnerwerk, Manak had het schilderwerk. Ik heb de tekeningen toen ook nog gezien, een prachtig mooie villa. En toen is van Hemstede, de archivaris, die begint in die ouwe papieren van Valkenstijn te snuffelen en die kwam tot de conclusie, dat het niet afgebroken mocht worden, en het moest altijd in goede conditie onderhouden worden, en het land enzo moest in goede conditie blijven, dat het mocht niet afgebroken worden." "Het was toen toch eigendom van de katholieke kerk?" "Ja, maar die wou het graag eraf hebben, want dat oude huis moest je per sé een liefhebber voor hebben. En het was een heel ongerieflijk huis, grote bakken kamerhoog, grote balken, de keuken was allemaal betegeld en beneden weer een kelder, nee het was echt een heel ongerieflijk huis.

En zodoende zullen ze wel gedacht hebben: het huis eraf en dan een nieuwe villa erop en dan kunnen we dat verhuren. Maar nee, dat was toen afgelopen, van Hemstede die vond die papieren en die zei "afblijven!". Nou, en toen moesten ze erafblijven." "Hoorde het boswachterswoninkje van het Peelincksbos bij het landgoed?" "Dat hoorde bij het bos, bij het landgoed Vredeveld, toen nog. Maar toen hoorde heel Amelte, Anreep, het Aardscheveld, Lombok, allemaal bij Vredeveld. En dat moest ook, want op de til, de toren, hadden ze allemaal duiven. En dat waren de zogenaamde veldvluchters, je ziet ze niet meer, die moesten zelf de kost opzoeken. En dan moest hun eigenaar zoveel honderd bunder land hebben als hij z'n doeveslag, enzovoorts. Geen doevetil, maar doeveslag. Je mag op 't ogenblik nog wel een doevetil hebben, maar niet meer dan acht gaten. Maar zo'n doeveslag daar zitten veel meer gaten in want de wereld duiven hadden ze daar. En als ze dan een feestje hadden ofzowat, een diner, nou ja dan werden er een stel duiven gegrepen, of ze jongen hadden of niet dat kon niks schelen, dat bleef hetzelfde, en dan liefst jonge duiven, die tegen het uitvlie gen waren, die waren lekker vet, dat was een delicatesse, en dan kregen die daar zo'n doevemaal "


Lees hier het interview met de dochter van Wander Eleveld; mevrouw Dientje Timmer - Eleveld






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl