In en om Assen





Een romantisch Drentsch Landgoed
Het huis Vredeveld


Bronvermelding:
Een krantenartikel uit 1930 (Bron: Drents Archief)


Het huis Vredeveld omstreeks 1910 (collectie: Monumentenzorg)


Het schoone Drenthe

De bekoring van het Oude Landschap Drenthe ligt niet alleen in Bosch en hei. Er zijn ook de weilanden, door noesten arbeid op ondankbaren bodem aangelegd en de akkers door de ontginners gewonnen. Veel schoonheid beiden zulke weiden en akkers, welke vaak met walletjes en hout omgeven zijn, vooral als zij doorkronkeld worden door een dier kleine stroompjes waaraan Drenthe zo rijk is. De Rolderweg voert door een zeldzaam mooi gebied Gaat men van Assen oostwaarts naar Rolde dan reist men door een schilderachtig land. De Rolderweg voert nog altijd ondanks het kappen, door een zeldzaam mooi gebied en typisch Drentsch natuurgenot vindt men bij gehuchtjes als Duurze, Nijlanden, Anreep, Schieven, ten zuiden van den weg. Dichter bij Assen liggen het Aardsche Veld en het terrein Vredeveld. Een donker gekleurd wegje met oude boomen loopt zuidwaarts van den Rolderweg af, naar het landgoed Vredeveld, meer bekend als Valkensteyn of Valkenstijn. Het oude huis overblijfsel van een vroeger grooter geheel, is door veel geboomte omgeven. Het blijft verscholen, bij de poort voor een smalle laan staande, ziet men er niets van.


De bewoner was een zonderling

Toeft men daar weifelend, dan komt onwillekeurig de gedachte op; was het opzet, dat Huis zoo te verbergen? En inderdaad een vroegere bewoner deed dat met voorbedachten rade. Van dien bewoner, een zonderling, een man die in de fantasie der Asser-kinderen van zijn tijd leefde als verschrikkelijke reus en wildeman, doch van wien ook veel goeds door de historie-schrijvers is geboekt. Van Augustinus van Valkenstijn, zouden wij iets willen vertellen. Doch vooraf ga een korte mededeeling over vroegere bewoners van het Huis Vredeveld. Dat huis had voorheen een geheel ander uiterlijk. Boven de deur verhief zich een toren, midden op het gebouw dus, die betrekkelijk hoog was en voorzien van een uurwerk met wijzerplaat of een zonnewijzer. Een klok hing in een soort klokkehuisje boven in de toren, welke ook als duiventil dienst deed. Haaks op het gebouw stonden twee vleugels, waar tusschen een bestraat plein met een grasperk, daar, waar thans nog een beeld staat. Een hek sloot het plein af. De vleugels bevatten enkele vertrekken en dienden ook gedeeltelijk voor stalling en schuur. Er was een tijd dat men uit de vertrekken van het hoofdgebouw vrij op den Rolderweg kon zien.


‘Plaetse Vredeveld’

Wie waren de oudste bewoners? Vrij zeker de familie Van Welvelde. In één der muren van het huis is een steen ingemetseld, waarop zijn uitgehouwen de wapens der families Van Welvelde en Douma, gedekt door een kroon, waaronder men de namen leest van Zeino Joachim van Welvelde en Aelhe van Douma, benevens den datum 20 juni 1656. Deze Zeino Joachim van Welvelde, ontvanger-generaal van Drenthe uit een oud en bekend geslacht, was de zoon van Johan van Welvelde ter Kleneke, lid van de Ridderschap en van gedeputeerden van Drenthe en Barbara van Warmeloo, dochter van Drost van Salland, Gerard van Warmeloo tot Westerveld. Hij was eerst gehuwd met Josina van Rochelle en na haar door dien van beide kinderen met Aaltien of Aethe van Douma, dochter van Epo van Douma te Hallum en Sjouck Hiddema, met wie hij vier kinderen kreeg. Hij wordt in 1648 ‘van Welvelde op Vredevelt’ genoemd.

En in 1652 wordt in een stuk gesproken van zijn ‘plaetse Vredeveld’. Zeino Joachim van Welvelde kan gelden als stichter en eerste bewoner van Vredeveld. Het goed is daarna overgegaan aan zijn zoon Manasse van Welvelde. Oude stukken maken melding van heel wat ruzies op Vredeveld – de familieleden konden het blijkbaar slecht met elkaar vinden. Nog een andere Van Welvelde wordt als bewoner genoemd n.l Otto, zoon van Manasse, na wiens door het goed door verkoop in handen van een andere familie overging. De nieuwe bezitter (1736) was Jr. Herman Roelof Wolf van der Feltz, officier in Statendienst, geboren in den huize Westervlier bij Diepenheim 1700, gehuwd met Louisa Isabella barones van Imhoff, geboren te Leer 1715. In 1739 betrokken de nieuwe eigenaars het landgoed. Verschillende leden der familie Van den Feltz hebben tot 1817 op Vredeveld gewoond, toen ging het landgoed door koop over aan Mr. Petrus Hofstede die, na zijn benoeming op 6 april 1814 tot Gouverneur van Drenthe, zijn woonplaats van Batinghe te Dwingeloo naar Vredeveld verlegde, waar hij zich ijverig op de ontginning begon toe te leggen.

Hij liet den torens en de beide vleugels van het huis afbreken, waardoor dit het aanzien kreeg, dat het thans heeft. Een veertiental jaren woonde Hofstede op Vredeveld en ontving daar dikwijls vroolijke gezelschappen. Steeds gaf op 25 augustus, verjaardag van Koning Willem 1 een dinner bij welke gelegenheid het landgoed geïllumineerd werd, hetgeen steeds heel wat nieuwsgierigen lokte. Na zijn eervol ontslag als gouveneur vestigde Hofstede zich te Groningen, waar hij in 1859 overleed.


De laan naar het huis Vredeveld (collectie: Monumentenzorg)


De nieuwe bewoners van Vredeveld toonden zich menschenschuw.

Drie jaren later werd Vredeveld opnieuw verkocht. De nieuwe eigenaar was Augustinus van Valkenstijn, die 1 mei 1842 met zijn vrouw uit Haarlem kwam. Hij zou de Assenaren heel wat stof tot praatjes geven. Wie was Van Valkenstijn? En wie was zijn vrouw Louise d’Arancey? Op die vragen zijn verschillende antwoorden gegeven. De volksmond noemde Valkenstijn een onecht kind en zijn vrouw evenzeer. Valkenstijn zou de zoon zijn geweest van een priester en één van diens biechtelingen. En zijn vrouw zou een kind zijn geweest van Koning Lodewijk Napoleon en de hofdame Johanna Hester Smith, reden waarom Lodewijk Napoleon bijzondere zorg, o.a. financieel, voor haar toonde. Wat hiervan waar is? Van andere zijde wordt het volgende opgegeven: Augustinus van Valkenstijn is geboren 12 mei 1806 te Den Haag, vader Charles Augustinus van Valkenstijn, moeder Pieternella van Bredo. Hij is opgeleid tot officier van gezondheid en nam deel als geneeskundige aan den tiendaagschen veldtocht.

Later schijnt hij te Utrecht assistent aan de inrichting voor ooglijders te zijn geweest. Louise d’Arancey is geboren te Utrecht 21 december 1809, vader Joseph Antoine Louis d’Arancey, moeder Johanna Hester Smith, hofdame aan het hof van Koning Lodewijk Napoleon. Zij was door koningin Hortense ten doop gehouden. Deze nieuwe bewoners van Vredeveld toonden zich menschenschuw. Valkenstijn was niet gesteld op de nieuwsgierigheid der Assenaren. Hij deed het geheele buiten met breede slooten omringen; overal langs de kanten werden boomen en dicht struikgewas geplaatst en rondom het huis plantte hij nog een dichte rij boomen, zodat de woning niet meer van den weg af te zien was.

Het was gedaan met de dagen van aanzien onder de Welvelden en Van der Feltzen, met die van vreugde onder Hofstede. Kwade honden bewaakten het erf en hielden nieuwsgierigen op een afstand. Van Valkenstijn zelf liep er vaak met een geweer en loste soms waarschuwingsschoten. Men begon in den omstreken Vredeveld een spookhuis te noemen. Behalve het dienstpersoneel en één persoon die dagelijks de meest noodige booschappen deed, werd er niemand op het buiten toegelaten. In den beginne kwam mevrouw Valkenstijn nog een enkele maal boodschappen in Assen doen; later niet meer. In stilte deed het echtpaar echter wel aan liefdadigheid en het dienstpersoneel roemde zijn goedheid. Mevrouw was vermogend naar het heette, dankzij schenkingen van Lodewijk Napoleon.


Doch nog altijd leeft deze romantische geschiedenis in de herinnering voort.

Louise werd na haar dood, 17 januari 1871, begraven in den tuin van Vredeveld in een grafkelder. Het lijk was bedekt met een kostbaar kleed, waarin Louise d’Arancey haar communie had afgelegd, en rustte op het met de Adelaars van Frankrijk voorziene, satijnen kussen, waarop zij door Koningin Hortense (of koning Lodewijk) ten doop was gehouden. Hij werd gelegd in een looden kist met glazen deksel omgeven door een houten kist. Ter voldoening van haar laatste wensch, werd aan elk der drie diaconieën te Assen 1000, - gulden geschonken. Van Valkenstijn overleefde zijn vrouw nog 11 jaar; hij stierf 27 januari 1882 en zijn lijk werd in een soortgelijke kist gelegd als die van zijn vrouw. Hij werd bij de begrafenis, zooals door hem gewenscht werd, de voordeur uitgedragen, daarna om het huis drie maal de tuin rond en eindelijk in den grafkelder bijgezet. In 40 jaren tijds had hij zijn buiten niet verlaten. Hij noch zijn vrouw hadden met andere families omgang; zij leefden voor en met elkaar afgesloten van de buitenwereld.


Deel van de toegangsweg naar het huis Vredeveld (foto Sietse Kooistra)


Of deze lezing geheel juist is, durven wij niet volhouden

Van Valkenstijn vermaakte zijn bezittingen en zijn vermogen voor een deel aan het Roomsch Katholieke armbestuur en voor een ander deel aan de andere armbesturen van Assen. Zo werd het Roomsch Katholieke armbestuur verhuurder van het landgoed. Van Valkenstijn heeft de jaren van zijn afzondering voornamelijk studeerende doorgebracht; hij moet een bekwaam medicus geweest zijn. Men heeft zich in Assen verdiept in allerlei gissingen over de redenen van zijn kluizenaarsleven. Was hij verbitterd? Was hij menschenschuw? Hadden hij en zijn vrouw genoeg van den omgang met andere menschen? Waren zij ziekelijk gevoelig? Beiden waren onechte kinderen Van de verschillende in omloop zijnde verhalen zij hier het volgende weergegeven, waarvan de waarheid echter niet is te controleeren. Valkenstijn zoowel als zijn vrouw zouden dan beiden onechte kinderen zijn. De moeder van Louise d’Arancey zou met het hof van Lodewijk Napoleon naar Frankrijk zijn vertrokken, de kleine Louise achterlatend bij een broeder, een oude professor van de medische faculteit te Utrecht.

Augustinus leerde Louise, die tot een zeer schoone jonkvrouw was opgegroeid bij dien professor kennen. Noch hij, noch zij waren gelukkig; dikwijls stonden zij bloot aan kwetsende praatjes in verband met hun afkomst – hem noemde men een vondeling, haar een Koningsdochter. Zij begrepen elkaar spoedig en op een nacht hielp hij haar uit het raam van haar kamer klimmen en schaakte hij haar. Het tweetal vluchtte en huwde in Engeland. Zij begaven zich later naar Parijs. Ook daar ondervonden zij beleedigingen, zoo ernstig ten slotte, dat Valkenstijn zich tegen zijn zin tot een duel liet overhalen. Hij doodde zijn tegenstander en werd zelf licht gewond. De lasterlijke praatjes zoowel als deze gebeurtenis maakten het jonge echtpaar huiverig voor den verderen omgang met menschen. Zij keerden terug in Nederland en besloten verder in afgezonderheid te gaan leven. Zo kwam Valkenstijn tot den koop van Vredeveld bij Assen In de afgeslotenheid vond het echtpaar geluk. Zij hadden genoeg aan elkander, aan studie en aan de mooie natuur rondom het woonhuis.

Of deze lezing geheel juist is, durven wij niet volhouden, doch nog altijd leeft deze romantische geschiedenis in de herinnering voort. Wie bij het graf in den tuin op Vredeveld staat onder den treurboom, denkt aan het echtpaar, dat zoovele jaren lang de wereld ontvluchtte. Zij waren innig verbonden in oprechte trouw, dat moet men wel gelooven, doch de geheimen van hun eenzaamheid en hun bezigheid in het verborgene zal het nageslacht niet kunnen doorgronden






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl