In en om Assen





De historie van het landgoed Vredeveld te Assen;
Vredeveld en de weg naar de ondergang.


Bronvermelding:
'Vredeveld - Valkenstijn, de geschiedenis van een landgoed en zijn bewoners". Scriptie van J. Berkepies, Assen 1981


Vredeveld 1950


De Gemeente Assen versus de roomskatholieke diaconie

Reeds in de veertiger jaren was men zich er van bewust dat Valkenstijn gerestaureerd zou moeten worden. De secretaris van het Provinciaal Museum van Oudheden en geschiedkundige voorwerpen in Drenthe, Dr. Mr. W.S. Gelinck (burgemeester van Ruinerwold), wees in 1941 in een brief aan het Rijksbureau van de Monumentenzorg op de "historische betekenis van het huis Vredeveld, gelegen in de gemeente Assen, en de staat van verval, waarin dit langzamerhand is geraakt". Ongeveer in dezelfde tijd heeft het roomskatholieke armbestuur besprekingen gevoerd met de heer J. Boelens Kzn,, architect te Assen, Het plan dat onstond, voorzag in de opbouw van beide vleugels. Hierin werd schuur- en garageruimte gecreëerd. Waarschijnlijk door de oorlogsjaren kon dit restauratieplan helaas niet doorgaan.

De eerste onderhandelingen met de Gemeente Assen vonden plaats in januari 1948. Burgemeester en Wethouders stelden toen voor, dat de gemeente het gebouw zou laten restaureren om het te kunnen inrichten als jeugdherberg. De gemeente zou het huis met de omliggende grond dan voor een lange periode (bijv. 30 jaar) gratis in gebruik krijgen. Na die tijd konden ze het dan misschien wel huren tegen nader overeen te komen condities. De roomskatholieke diaconie vond deze voorstellen echter niet bevredigend en ging er niet nader op in. Het gemeentebestuur onderhandelde vervolgens met de hogere katholieke geestelijkheid te Groningen. Men was daar echter van mening dat het armbestuur volkomen autonoom kon handelen. Contacten van haar kant met verschillende katholieke instanties liepen op niets uit. De instellingen beschikten niet over de nodige geldmiddelen.

In mei 1954 is er weer contact geweest tussen de gemeente en de rooms-katholieke diaconie. Tot verkoop kwam het echter niet, wegens een bepaling in het testament: Valkenstijn mocht niet verkocht worden. Intussen had de directeur van het Provinciaal Museum van Drenthe, de heer G.C. Helbers, het verval van de vroegere havezate met zijn boeiende historie met lede ogen aangezien. Bij hem en bij Mr. W,H.T.C. thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg kwam een plan op om het als gerestaureerd, dubbel herenhuis te huren, "M.i, is thans een goede kans van slagen nu wij in welvaar leven. Mocht het getij weder omslaan, dan houd ik mijn hart voor dergelijke objecten vast", schreef de heer Helbers aan de heer De Graaf, penningmeester van het armbestuur. Hoe zou hij, wat dit laatste punt betreft, gelijk krijgen......


In 1958 werd het huis ontruimd op verzoek van de gemeente.

Het architectenbureau J. Boelens Kzn. maakte een restauratieontwerp. Berekend was, dat uitvoering van deze restauratieplannen ongeveer ƒ 80.000 zou kosten. Het Rijksbureau voor de Monumentenzorg was in principe bereid om bij het rijk aan te dringen om gelden beschikbaar te stellen. Bovendien verwachtte men subsidie van provincie en gemeente, zodat ƒ 30.000 voor rekening van het armbestuur zou komen. Daar beide bewoners bereid bleken te zijn een huur op te brengen van ƒ 1200 per jaar, zou de diaconie 8 procent ontvangen voor rente, aflossing en onderhoud. Vredeveld zat dichter bij een kans op herstel dan ooit. Toch zou het geen doorgang gaan vinden. Niet alleen omdat het katholieke armbestuur verschillende bezwaren kenbaar maakte (zo vond men het torentje niet passend in het geheel en bovendien vond men de opzet van het plan "zeer kwetsbaar"), maar ook omdat de bestedingsbeperking roet in het eten kwam gooien.

Het verlenen van een subsidie werd onder de gegeven omstandigheden niet verantwoord geacht, (januari 1957) In tegenstelling tot het plan Boelens van 1943 voorzag het restauratieontwerp van hetzelfde architectenbureau in 1956 niet in de wederopbouw van de beide zijvleugels. Wel zou het torentje weer herplaatst moeten worden, inclusief het uurwerkje in de gevel, de klok in de torenspits en een onderkomen voor de duiven. Niet volgens de oorspronkelijke bouw zouden de vier dakkapellen zijn, welke nodig waren om de bovenverdieping voldoende licht te geven. Opvallend in het ontwerp zijn de prachtige, 18e eeuwse ramen; er straalde een voorname eenvoud van het gebouw af en het geheel zou een sieraad voor de omgeving geweest zijn. Vooral, omdat de twee toekomstige bewoners ook van plan waren om het park met zijn singels en grachten weer in orde te laten maken....

Op donderdag 19 december 1957 ging de gemeenteraad uitvoerig op de zaak in. De heer De Rooij (K.V.P.) gaf een historische uiteenzetting, "Mochten B. en W. bepaalde plannen hebben met "Valkensteijn" , dan is er nu zeer gemakkelijk contact te krijgen met de bisschop, zo deelde de heer De Rooij mede. Het armbestuur heeft uitdrukkelijk verzekerd, ieder redelijk voorstel van B. en W. zeer ernstig in overweging te zullen nemen. Mijn persoonlijke indruk is, aldus besloot de heer De Rooij zijn uiteenzetting, dat men bij eventuele onderhandelingen zeker tot overeenstemming zal komen". Jammer genoeg kwam die overeenstemming er niet. In 1958 werd het huis ontruimd op verzoek van de gemeente. Tevens berichtte het aan de diaconie dat het in de naaste toekomst niet rechtstreeks is geïnteresseerd in het huis Vredeveld.

Op 21 december 1960 kon men in de pers lezen, dat het bestuur van de Orde der Augustijnen in Nederland te Culemborg een gedeelte van het landgoed had aangekocht met het doel er een vormingscentrum te vestigen. (Later zou blijken dat de paters Augustijnen te Witmarsum het voor 99 jaar in erfpacht hadden gekregen, met het doel er een geheel nieuw vormingscentrum te kunnen bouwen). Het landhuis, dat in erbarmelijke staat verkeerde, zou worden afgebroken, waarna een nieuw gebouw zou verrijzen. De directeur van het Provinciaal Museum van Drenthe, de heer G.C. Helbers, die in die hoedanigheid tevens belast was met de zorg voor de monumenten in de provincie, schreef de volgende dag een brief aan de Directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg in Den Haag, waarin hij de diaconie van de R.K. Gemeente er van beschuldigde "alle plannen (te hebben) gesaboteerd om deze oude havezathe, waar ook onze eerste gouverneur Mr. P. Hofstede woonde, te herstellen, hoewel goede bestemmingen gevonden waren".

In de pers van 2 december 196O konden we tevens iets anders lezen. Een nieuw uitbreidingsplan bij het landgoed, de Sluisdennen, voorzag in de bouw van 22 bungalows. "In feite zijn het twee uitbreidingsplannen in onderdelen, namelijk dat voor dat voor de Sluisdennen en voor Valkenstein, die samen een oppervlakte van ongeveer 40 hectare beslaan". "In beide plannen is de bouw van totaal 75 bungalows en riante landhuizen geprojecteerd". "Het vier hectare grote landgoed Valkenstein, waar eveneens bungalows gebouwd kunnen worden, zal in een wandelpark met waterpartijen worden herschapen, dat een natuurlijke afscheiding vormt van het plan".


Vredeveld 1950


Ambtelijke molens

De indruk kan nu niet meer weggenomen worden, dat zowel de Gemeente Assen Als de R.K. Diaconie restauratie niet (meer) zag zitten, Gelukkig had Gedeputeerde Staten "bedenkingen tegen het voornemen van de eigenaar van het landgoed Valkenstein het oude landhuis af te breken ten behoeve van de stichting van een vormingscentrum". Gedeputeerde Staten adviseerde Den Haag dan ook dat het landhuis gerestaureerd moest worden. Het huis en het bos kwamen onder nummer 41 voor op de lijst van natuurgebieden der provincie Drenthe„ Ook Helbers vocht voor Valkenstijn. Aan het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen schreef hij, dat huize Vredeveld op de monumentenlijst van Assen stond onder nummer 22. Deze lijst dateerde van 1949.

Tevens maakte hij in dezelfde brief Den Haag er op attent, dat volgens de gemeentelijke monumentenverordening van 31 juli 1945 onder artikel 801 vermeld staat, dat B. en W. een verzoekschrift om sloping pas mogen inwilligen c.q. afwijzen "na ingewonnen advies van de commissie". Deze commissie moest haar advies schriftelijk en met redenen omkleed uitbrengen, waarbij ook het gevoel van een eventuele minderheid kenbaar moest worden gemaakt. Blijkbaar is dit alles niet gebeurd, terwijl de gemeente reeds toestemming had gegeven voor de sloop van het pand. Op 24 november 1961 klom de heer Helbers weer in de pen en bracht in een brief Den Haag op de hoogte van de niéuw- bouwplannen. De plaatselijke pers hield de bevolking van Assen op de hoogte en publiceerde op 23 november 1961 en 24 maart 1962 de nieuwbouwplannen van de "Stichting Katholiek Cultureel Vormingscentrum".

Uitvoering van het plan zou het einde betekenen van Huize Vredeveld. En dit zou in tegenstelling zijn met de testamentaire voorwaarden, waaronder men dit huis uit de nalatenschap van Augustinus van Valkenstijn heeft aanvaard. Vandaar dat het katholiek armbestuur de architecten opdracht gaf, te overwegen of het mogelijk was het oude gebouw op te nemen in de geplande nieuwbouw. De tijd verstreek echter en Huize Vredeveld werd van de ene ambtelijke molen in de andere geslingerd. Bij het doorlezen van het Dossier Vredeveld/Valkenstijn kreeg ik de indruk dat de gemeente niet erg bereidwillig was om mee te werken, terwijl de katholieke diaconie restauratie in dit stadium helemaal niet meer zag zitten en graag van de steeds meer bouwvallig wordende havezate verlost wilde worden door er een nieuw te bouwen vormingscentrum voor in de plaats te laten zetten.

Ook vanuit Den Haag kwam niet het verlossende antwoord. Wel schreef men: "Juist in een provincie die zeer weinig monumenten van geschiedenis en kunst bezit, dient het belang van het behoud van het huidige huis "Valkenstein" - de hoofdvleugel van de voormalige havezate "Vredeveld", die blijkens ingemetselde wapenstenen dateert uit 1648 - niet te worden onderschat". ln dezelfde brief van maart 1902 vond de Vaste Commissie Rijksdienst voor het Nationale Plan echter niet, dat "het huis als zodanig een zó belangrijk facet vormt van het natuurgebied "Amelterbos", dat amovering van het huis een onaanvaardbare aantasting zou teweegbrengen van de Landschappelijke waarde van het genoemde natuurgebied".


Achterzijde 1950


H. Vredeveld op zeer hoge leeftijd in Assen overleden

In augustus 19o2 berichtte de Rijksdienst voor de Monumentenzorg aan de Stichting Bouwfonds Vormingscentrum Vredeveld, dat het rijk geen gelden beschikbaar kon stellen voor restauraties "De financiële toestand is thans zo nijpend, dat indien hierdoor de Havezathe niet behouden zou kunnen blijven, dit zeer te betreuren zou zijn". "Het is mogelijk dat hierin in het begin van het volgend jaar enige verbetering komt", schreef dezelfde Rijksdienst vier maanden later. Helaas mocht dit niet zo zijn. Wel kwam er in februari 1963 wat meer duidelijkheid in de zaak. Een brief van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen vertelde Gedeputeerde Staten, dat "de monumentale waarde van het huis Valkenstein of Vredeveld te Assen dubieus" is en dat er voorlopig geen subsidie gegeven kon worden voor eventuele restauratiekosten.

"Overigens meen ik te weten dat het gemeentebestuur van Assen geen prijs stelt op behoud van dit verwaarloosde en niet in de voorlopige monumentenlijst vermelde gebouw", lazen we in hetzelfde schrijven. In een brief aan het College van Gedeputeerde Staten werd dit echter door B. en W. weerlegd: "Bij voortduring hebben wij gestreefd naar behoud van niet alleen het gebouw Vredeveld, doch van het gehele landgoed. Het geheel is dan ook geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst en daarop tot op heden onverkort gehandhaafd". Volgens de brief van 22 april 1963 heeft B. en W. herhaaldelijk besprekingen met de eigenaresse van Valkenstijn gevoerd, "waarbij is aangedrongen op geheel of gedeeltelijk herstel van de opstallen". Ook zou de gemeente op het verzoek van de Stichting Bouwfonds Vormingscentrum Vredeveld Assen om het gebouw te mogen amoveren, afwijzend hebben beschikt. Inmiddels is het geheel een "welles-nietes-spelletje" geworden, terwijl het object waar het om ging langzaam dreigde te verzuipen in de ambtelijke molen.

De tand des tijds deed intussen de rest, terwijl de pers op 29 september 1964 de Asser bevolking berichtte: "Grijsaard geveld door weer en wind. H. Vredeveld op zeer hoge leeftijd in Assen overleden". In dezelfde en de volgende maand werden de in zandsteen uitgehakte wapenstenen uit de muren van het tot ruïne geworden gebouw verwijderd en in bewaring gegeven bij het Provinciaal Museum van Drenthe. De heer Helbers bleef echter vechten voor Vredeveld. Zijn laéitste poging was om er een ambtswoning voor de Commissaris van de Koningin van te laten maken. Ook dit plan mislukte echter. Op 20 september 1965 werd door de katholieke instanties besloten om Vredeveld te slopen.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl