In en om Assen





Het Vredeveldsepad


Bronvermelding:
Tijdschrift van de Asser Historische Vereniging: nummer 1 / maart 2001 Een verhaal van Jantje Broekma – Vredeveld


Het Vredeveldsepad. Op deze plek bouwde men het gezondheids- en winkelcentrum Vredeveld


Het Vredeveldsepad, het einde van de bewoonde wereld.

Voor 1940 kent Assen over het spoor tussen de Oosterparallelweg en de Melkweg (nu de Tuinstraat) het Rode, het Blauwe en het Witte dorp. Bij de Tuinstraat begint het Aardseveld. Aan het Vredeveldsepad – voorbij boer Jansen op de hoek van de Tuinstraat en de Vredeveldseweg – staan enkele arbeiderswoninkjes. Jantje Broekman (Assen 1918) vertelt over het pad van haar jeugd

Wij woonden ver van de bewoonde wereld aan Vredeveldsepad 48, een zandpad in wat nu Assen-Oost heet. Ons huis met de naam ‘Nooitgedacht’ stond te midden van bos en weilanden met volle sloten; ergens tussen het tegenwoordige gezondheidscentrum en het winkelcentrum. Verderop woonden Ebels, Bos en Mulder. Wij hadden één kamer waar werd gewoond en gekookt. In de wand zaten twee bedsteden. In een ervan sliep ik met mijn twee zussen.

Op de houten vloer lag een kokosmat. Daarop stonden stoelen met biezen matten. Veel kastruimte was er niet. We hadden een kookkachel en een klompkachel. ’s Winters kregen we het vaak met moeite warm. Er werd hout, turf en kolen gestookt. Brandhout voor de kachel moest worden gezocht en daarna gezaagd. Voor de beesten waren er hokken in de schuur. In die schuur deden we ook de afwas. Het was één grote smeerboel. Water haalden we uit de put of uit de regenton.


Het Vredeveldsepad was onverlicht en dus pikkedonker.

Je leefde dicht op elkaar en veel ruimte voor ons vijven was er niet in de kleine kamer. In dat huis ben ik geboren. Mijn ouders waren Albert Broekman en Jantje Vonk. Ik ben de middelste van drie dochters. Mijn twee zussen heten Geertje en Frouwkje. Naar de kleuterschool ben ik niet geweest. Op mijn zesde ging ik naar de Aardscheveldschool bij de eerste spoorwegovergang. Ook heb ik een paar jaar op de Rodewegschool gezeten.

Ik herinner me mijn tienertijd als een tijd waarin weinig te beleven was. Wel ging ik naar het zangkoor onder leiding van Leendert van Aalst. We hadden catechisatie in het gebouwtje aan de Oosterparallelweg. Op een soort huishoudschool kregen we kookles. Als er ’s winters op ondergelopen land langs de Melkweg ijs lag – Tranendal noemden ze het daar – ging je er baantje glijden. Geld voor schaatsen was er niet. Met mijn moeder kwam ik af en toe op Valkenstein bij de familie Krans.

De fraai ingerichte keuken maakt op mij destijds grote indruk. Mijn aandacht werd altijd getrokken naar de schuur. Daar hield de familie Krans in een groot hondenhok een aantal hazewindhonden. Mijn vader werkte als voerman bij Kuipers, een veehandelaar in varkens, koeien en paarden, aan de Oosterparallelweg. Op maandagen ging hij met paard en wagen naar de Smilde en op dinsdagen naar Groningen. Bij de winterdag was hij vaak lang onderweg.

Als het glad was, stond hij midden in de nacht op om op tijd terug te zijn. Mijn moeder, die zwaar astmapatiënt was, was er vaak ongerust over. Mijn oudste zus deed de huishouding. Toen zij een betrekking in Amsterdam kreeg, kwam die taak op mijn schouders neer, omdat mijn jongste zus eczeem had en astmatisch was.



Op Valkenstijn heb ik fietsen geleerd

Moest je onverhoopt toch eens ’s avonds op pad, dan nam je een zaklantaarn mee. Trouwens zoveel vertier was er niet; dus bleef je meestal thuis. Je speelde veel bij huis; ging vroeg naar bed en stond ook vroeg weer op. Met de feestdagen was het armoe. Met Sinterklaas kregen we een zakje zout en een paar pepernoten. Kerstfeest vierden we met een sinaasappel en een krentenbol en één enkel kaarsje op tafel. Een kerstboom was er niet bij.

Wel bakte mijn moeder op de houtkachel in de kamer met een wafelijzer rollegies en knieperties. Het was een hele toer om het houtvuur – soms waren er kolen – brandende te houden. Met Pasen gingen de volwassenen neut’nschait’n: met een kogel moesten noten uit een kring worden gemikt. We hadden geiten, varkens, konijnen, kippen en katten. En soms samen met buurman Tebbertman een varken, dat rond de kerst werd geslacht.

Van de geit, die buiten op het grasveld aan de paal stond, kregen we melk. De dieren gingen ’s nachts in hokken. In de boomgaard stonden appel- en perenbomen en verschillende bessenstruiken. Verder was er een grote moestuin. Bij het zaaien en oogsten moest ik mijn vader vaak helpen. En in het najaar moesten de sperziebonen, snijbonen en andijvie in het zout in worden gepot. Ook maakten we zuurkool in. Op de groenten kwam een laagje zout, een doekje op de pot, een plankje met een steen er bovenop.

Op een stukje land verbouwde mijn vader aardappels. Na de oogst groef hij een groot gat waar de aardappels ingingen. De aardappels voor de winter kwamen onder de bedsteden terecht. Zogauw ze begonnen te kiemen, moesten ze in zakken in de schuur. Boodschappen deden we eigenlijk nooit. Er kwam af en toe een kruidenier met boodschappen aan de deur. En –zoals mijn moeder hem noemde – een man met negotie, die van alles verkocht. Borstels, poetsdoeken, vegers, knopen, stof, noem maar op.

Rond mijn vijftiende ging ik voor halve dagen uit werken. Ik had het er in het begin moeilijk mee, maar gaandeweg leerde je het wel. Mijn eerste werkhuis was bij de familie Specht aan de Torenlaan. De heer Specht werkte bij Hotel Somer aan de Marktstraat. Na een week werken kwam ik trots met twee gulden thuis. Een ander adres was bij een joodse familie aan de Javastraat. Toen hun dochter ging trouwen en het huis uitging, kreeg ik haar fiets.

Op Valkenstein heb ik toen fietsen geleerd. Al gauw werd het werken voor hele dagen of voor dag en nacht. Dat leverde dan twintig gulden op. In de oorlogsjaren had ik een poosje werk in Amsterdam. Omdat mijn vriend en latere echtgenoot Jan Vredeveld wilde dat ik terug kwam, was ik na anderhalf jaar weer in Assen. Wij trouwden in 1946 en gingen – vanwege de heersende woningnood – inwonen bij de familie Busscher aan de Lindelaan. Mijn tijd aan het Vredeveldsepad kwam daarmee ten einde.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl