In en om Assen





De Vul- of Vullensloot in Assen
Een Asser willekeur over de afwatering uit 1668


Bronvermelding:
Nieuwe Drentse Volksalmanak 1991. Een artikel van G. A. Coert


Fig. 1. De Vul(len)sloot als wateraanvoerleiding voor de volmolen van het Mariaklooster en als waterlossing van de Nijelanden. De hoogtelijnen en -cijfers zijn ontleend aan de topografische kaart.


De kloosterlingen gebruikten het water voor de vervaardiging van wollen stoffen


In de zeventiende eeuw was Assen weliswaar het bestuurscentrum van de Landschap, maar nog klein van omvang en het telde slechts enkele honderden inwoners. De huizen stonden rond de voormalige kloostergebouwen, ter plaatse van de huidige Brink, Markstraat en Kruisstraat . De nederzetting lag betrekkelijk hoog, zeker vergeleken met de ligging van de madelanden langs de oost- en zuidgrens van de Asser marke (zie fig. 1). Over het onderhoud en de schouw van een waterlossing in deze groenlanden, de Vullensloot, gaat de hier uitgegeven willekeur. De Vul- of Vullensloot was een watergang die het water uit het Zwarte Water in de marke van Peelo naar het Anreeperdiep voerde.

De sloot dankte zijn naam aan een volmolen die bij de inwoonsters van het Asser klooster in gebruik was voor het verdichten van de door hen geweven wollen stoffen . Dit geschiedde door het langdurig stampen van het natte laken, waardoor het aan beide kanten een viltachtige oppervlakte kreeg. Voor dit vollen was nogal wat water nodig, dat door de waterlossing vanuit het Zwarte Water werd aangevoerd. Bij het vollen van de geweven stof werd 'volaarde' gebruikt, waardoor het af te voeren water sterk vervuild raakte. Dit zal er toe hebben bijgedragen om ook de afvoer naar het Anreeperdiep als Vul(len)sloot aan te merken. Werden volmolens meestal door waterkracht aangedreven, dit gold niet voor die te Assen.

Het verval van het water was te gering en het stroomgebied te klein om voldoende water te leveren voor de aandrijving van een molen. De Asser molen is een rosmolen geweest, die buiten de Singel aan de Vulsloot zal hebben gelegen. Na de opheffing en confisquatie van het klooster door de Landschap verkochten gedeputeerden de rosmolen in 1611 voor afbraak. Het vollersbedrijf maakte, zoals gezegd, een regelmatige aanvoer van water noodzakelijk en de Vullensloot lijkt op een natuurlijke wijze aan deze behoefte te hebben voldaan. Ik betwijfel echter of de Vullensloot wel een natuurlijke waterloop was. Bezien we de hoogtekaart (fig. 1) dan ligt het voor de hand om de afwatering van het Zwarte Water in oostelijke richting naar het Loonerdiep te zoeken.

Voor de ommelandse reis van het water over Anreep en Deurze moet wel een bijzondere reden hebben bestaan. Deze moet naar mijn mening worden gezocht in de behoefte aan water die de kloosterlingen hadden bij de vervaardiging van hun wollen stoffen. Hiertoe is een verbinding tussen het Zwarte Water en de volmolen te Assen gegraven, terwijl voor de afvoer van het gebruikte water aansluiting is gezocht op het Anreeperdiep. Een ander argument voor deze conclusie is, dat het begrip 'sloot' staat voor een gegraven water. Drenthe kent een aantal waternamen met 'sloot' als uitgang, de meesten zijn echter van jonge datum. Enkele uit de Late Middeleeuwen stammende namen zijn: Heslersloet op de grens tussen Ruinerwold en Havelte en de Giersloot te Nijensleek.

Beide zijn gegraven watergangen. De eigenaren en gebruikers van de groenlanden langs en nabij de Vullensloot maakten in 1668 afspraken over het onderhoud en de schouw van deze waterlossing. Zij legden hun afspraken vast in een willekeur. De Vullensloot wordt in de willekeur omschreven als lopende 'van 't Nijelandt bij langhs de Koppelsmaeden tot door Heuvingemaede int Anreperdiep' Het Nijelandt was toentertijd een jonge ontginning van heideveld, gelegen in de huidige vierhoek Rolderstraat, Groningerstraat, Kanaal, Industrieweg. De naam Nijlandstraat aldaar herinnert nog aan deze zeventiende eeuwse ontginning. De Koppelsmaeden lagen westelijk van de huidige spoorbaan tussen de Rolderstraat en het Oosterhoutje. De Heuvingemaede lag ten zuiden van de huidige Anreperstraat.

Het is mogelijk dat de ingezetenen van Assen gehoor hebben gegeven aan een oproep van het landschapsbestuur in 1638 om verbetering te brengen in de afwatering van de heidevelden . Men meende dat door het maken van goede afwateringen de heidevelden beter geschikt werden voor het weiden van schapen en 'guste beesten' . Ridderschap en Eigenerfden droegen de buurschappen op om na te gaan, welke mogelijkheden hun marken hiertoe boden. De Landschap stimuleerde deze activiteiten voor vrijdom van belasting in het vooruitzicht te stellen voor hen, die tenminste vier mudden veld (ong. 1 ha) ontgonnen dan wel ontwaterden. De Nijelanden lagen betrekkelijk laag zoals uit fig. 1 blijkt en hebben zeker gepast in de bedoelingen van het landschapsbestuur om door verbetering van de afwatering aantrekkelijke weidegronden te krijgen.

Het is denkbaar dat de buren van Assen omstreeks deze tijd de reeds bestaande Vullensloot vanaf de Nijelanden geschikt hebben gemaakt voor een betere afwatering van deze gronden. De naam Vullensloot heeft een lang leven gekend. De topografische kaart van 1907 (verkend in 1896) geeft nog de naam Vulsloot. Tegenwoordig echter heet de waterlossing Nijlandsloop; toch weer een verwijzing naar de zeventiende eeuwse oorsprong van de waterlossing, de Nijelanden. In de negentiende eeuw werden de gronden in de omgeving van de Langedijk en de Zwartwaterseweg ontgonnen. Daarna waterden deze af naar de Vullensloot. Bij de aanleg van het Noord-Willemskanaal werd voor de instandhouding van deze afwatering een grondduiker onder het kanaal aangebracht.

Reeds spoedig na het aanbrengen van deze grondduiker in 1865 bleek, dat de capaciteit van dit kunstwerk onvoldoende was. Van een vergroting van dit kunstwerk zag men, in verband met de ongunstige financiƫle toestand van de Noord-Willemskanaal Maatschappij, af. De goedkoopste oplossing leek een afwatering noordelijk van het kanaal naar het pand beneden de sluis te Loon. De kosten van de aanleg van deze waterleiding werden verdeeld tussen de belanghebbende eigenaren en het Rijk, echter onder de voorwaarde dat de provincie zich met het onderhoud van de leiding zou belasten . Eerst in 1953 bevrijdde de provincie zich van deze oneigenlijke taak en droeg het onderhoud tegen betaling van een afkoopsom over aan de gemeente Assen.

Gedurende de negentiende- en een belangrijk deel van onze eeuw kwam de waterlossing onder de naam van Nijlandsloop voor in de legger van waterleidingen van de gemeente Assen. In de legger van 1871 wordt nog het Rheebrugje vermeld, waarmee de waterlossing voordien de Rolderstraat kruiste. Heel opmerkelijk wordt in de opeenvolgende leggers een geheel andere waterlossing Vulsloot genoemd: de waterlossing beginnende aan de Witterstraat en lopende langs de Kerkhofslaan, door de Hertenkamp naar de Beilerstraat, om langs Boschlust met de Nijlandsloop samen te vloeien. Een verklaring voor deze naamsverwisseling heb ik niet. Totdat het waterschap Drentse Aa in de zeventiger jaren de Nijlandsloop verbeterde, waren de aangelande eigenaren de onderhoudsplichtigen en schouwde de gemeente het stroompje.

Sindsdien valt deze onder de jurisdictie van dit waterschap, dat de loop ook onderhoudt. In de aanhef van de willekeur lezen we, dat de voortdurende inundatie van de hooi- en weidelanden aanleiding was om maatregelen ter verbetering van de afwatering te nemen. Zeer waarschijnlijk echter bestond er nog een andere reden om zich daadwerkelijk met de plaatselijke afwatering te gaan bezighouden. Het landschapsbestuur had heel lang het onderhoud en de schouw van de wateren als een volstrekte buurschapsaangelegenheid beschouwd en zich slechts incidenteel met de toestand van de afwatering bemoeid. Alleen wanneer de omstandigheden daartoe noopten (langdurige regenval of een verloren hooioogst) schreef men een bijzondere schouw uit.

Deze incidentele bemoeiing van het landschapsbestuur heeft niet tot goede resultaten geleid. De slechte toestand van de afwatering van het gewest was in 1664 aanleiding om de wateren onder een jaarlijkse schouw van de Landschap te brengen . De schouw en de executie van de breuken werden aan de drost opgedragen. Het is aannemelijk dat de eigenaren en gebruikers van de gronden langs de Vullensloot hun afspraken over het onderhoud en de schouw van deze waterlossing onder druk van het landschapsbestuur hebben gemaakt. Misschien zelfs is het de bedoeling van de willekeur geweest om de schouw door de Landschap te voorkomen. Immers niet alle wateren werden onder deze schouw gebracht.

De willekeur is duidelijk gesteld en geeft stap voor stap aan wat er ten aanzien van het onderhoud en de schouw diende te gebeuren. Drie notabelen, de ontvanger- generaal van de Landschap, Van Welvelde, de rentmeester van de bezittingen van het geconfisqueerde klooster te Assen, Lucas Jansz Tijmans, en de herbergier Lambert Wijntjes waren bereid als schouwheer op te treden. Hun eerste opdracht bestond in het bepalen van de afmetingen van de waterlossing (art. 3). In afwachting van deze vaststelling zijn de afmetingen niet in artikel 4 vermeld. Artikel 5 regelt het verwijden en verdiepen van de leiding en geeft middelen om deze werkzaamheden af te dwingen. Het in artikel 6 gegeven voorschrift om van april tot oktober maandelijks de Vullensloot op te schonen klinkt nogal overdreven; bedoeld zal slechts zijn dat de waterlossing gedurende deze periode in een schouwvrije staat diende te verkeren. Opmerkelijk tenslotte is de bepaling in artikel 8, waarin de schouwheren aansprakelijk werden gesteld voor hun tekortkomingen met betrekking tot de schouw.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl