In en om Assen





Stromend water in Assen


Bronvermelding:
'Dit is het verhaal over drinkwater in Drenthe'; Lucas Koops. Uitgeverij Noordboek 2007. ISBN 978 90330 0657 9


Water uit de kraan; een nieuw fenomeen en leuk om mee te spelen. (foto archief WMD)


In 1897 verrees in Assen de eerste watertoren.

J.A.R. Kymmell en IJ. Zijlstra schreven erover in 'Na een eeuw ... 1807 — 1907':

'In Assen is achter de Marechausseekazerne aan de Spoorbaan de Watertoren der Asser bronwaterleiding verrezen, die het aan strenge eischen voldoende diep-welwater van 't Loonerveld naar de Stad voert, zoodat Assen ook in dit opzicltt een brevet van Gezondheidsoord verdient.'

In Assen had de Gezondheidscommissie vanaf haar oprichting in 1880 al verschillende malen aandacht gevraagd voor de milieu hygiënische aspecten van het water in de stad. Over de Singelgracht schreef de commissie bijvoorbeeld dat die 'een ondragelijken en de gezondheid zeker niet bevorderenden stank veroorzaakt'! In 1887 schreef ze dat 'het schoonheidsgevoel en 't reukorgaan zwaar werden beledigd" bij een wandeling langs de Singelgracht. De Singelgracht was destijds trouwens niet het enige probleem. Onder invloed van de Gezondheidscommissie kreeg ook het vraagstuk van een goede drinkwatervoorziening aandacht.

In 1885 nam men de eerste proeven met een nieuw type pomp, de zogenaamde nortonpomp, een welpomp geplaats op gekoppelde ijzeren buizen. Voor het slaan van een drietal pompen verleende het gemeentebestuur een krediet van f2000,-. De pompen moesten komen aan de Marktstraat, de Rolderstraat en aan de Vene- of Molenweg. Het was geen succes. De smaak van het opgepompte Asser water was vanwege het hoge ijzergehalte zo vies dat bijna iedereen deze pompen voorbijliep om gebruik te maken van de pomp in de Kloosterstraat. In die Kloosterstraat was al vanaf ongeveer 1260 een put te vinden die in de eerste plaats was bedoeld voor de in het klooster verblijvende nonnen.

De eerste concessie-aanvraag voor de aanleg van een drinkwaterleiding dateert uit 1891. Uiteindelijk kreeg J.P. Hazeu uit Groningen in 1896 een concessie die hij een jaar later overdeed aan de inmiddels opgerichte NV De Asser Bronwaterleiding. Bij zijn aanvraag deelde de heer Hazeu mee dat hij erin geslaagd was voldoende drinkwater te vinden in het Lonerveld op een diepte van 127 meter en dat dit water was onderzocht door professor Focker uit Groningen en dr. A. van Hasselt uit Assen. Beiden hadden volgens Hazeu verklaard dat het water zeer geschikt zou zijn als drinkwater. Om water te winnen en buizen aan te leggen vanaf de prisc d'cau (het waterwingebied) tot aan de straatweg kocht Hazeu ongeveer een halve hectare grond die in die tijd f 200,- per hectare kostte.


De stadspomp in de Kleine Marktstraat. De smaak van het opgepompte Asser water was vanwege het hoge ijzergehalte zo vies dat bijna iedereen deze pompen voorbijliep. (foto Drents Archief)


Een watertoren was een visitekaartje

Al in november 1897 kon de Asser waterleiding in gebruik worden genomen, opvallend vroeg voor een stadje van in die tijd nog geen zesduizend inwoners. In 1897 werd ook de 40 meter hoge Asser watertoren gebouwd. Dat gebeurde aan de Rolderstraat, vlakbij het spoor. Deze toren heeft dienst gedaan tot 1961. In hetzelfde jaar werd de toren gesloopt en vervangen door een 34 meter hoog nieuw exemplaar aan de noordkant van de Vaart en ten oosten van de Troelstralaan.

Waterleidingbedrijven zagen destijds hun watertorens als een visitekaartje en daarom werd vaak veel aandacht besteed aan het uiterlijk. Vandaar dat de oude Asser toren karakteristieke dakkapelletjes had. De toren was een ontwerp van J.P. Hazeu en had een reservoir voor 190.000 liter water. De nieuwe toren werd gebouwd omdat het reservoir van de oude toren te klein was geworden voor groeiend Assen en omdat de toren in slechte staat verkeerde.


De Noordelijke Euromast

De nieuwe toren stond op een meer centrale plek in Assen en kreeg een resersvoir van 550.000 liter. Het ontwerp van deze nieuwe toren was van W. ten Braake, destijds hoofd stedenbouw van de gemeente Assen. Ook bij de discussies over de locatie van de nieuwe toren speelde het uiterlijk van die toren een prominente rol. Toen gedeputeerde staten een motivering voor de locatiekeus vroegen antwoordde het Asser gemeentebestuur dat de locatie 'over 't Kanaal' de meest geschikte was omdat door deze monumentale toren een waardevolle verfraaiing van de nieuwe wijk werd verkregen. Op woensdag 22 juni 1960 opende wethouder Brouwer de nieuwe toren officieel tijdens een plechtigheid bovenin de toren.

Burgemeester Agter noemt de toren de 'Noordelijke Euromast'. Boven het reservoir was een publieksruimte met een prachtig uitzicht over de stad. Op zaterdagen kon het publiek er terecht en het college van B&W van Assen besloot dat de Stichting Club- en Buurthuiswerk de entreegelden mocht houden mits men zelf zorgde voor de inning daarvan. Voor de beklimming van de toren moest 10 cent betaald worden. Door gebrek aan vrijwilligers voor het innen van het geld was de toegankelijkheid voor het publiek van korte duur. Later, toen de WMD eigenaar van de toren was geworden, werd deze opnieuw opengesteld. Dat gebeurde zomers op woensdagen en zaterdagen en de opbrengst was voor de kas van de personeelsvereniging van de WMD.

Elke zaterdag moest een vrijwilliger van die personeelsvereniging in de toren aanwezig zijn om het entreegeld te innen en toezicht te houden. De personeelsvereniging deed dit voor het eerst in de zomer van 1972 en bijna tweeduizend bezoekers beklommen toen de 154 treden van de toren. Met het oog op de hygiëne en de volksgezondheid is men later met deze openstelling gestopt. Ter gelegenheid van De Week van het Water en een grondige restauratie van de toren kon het publiek deze in juni 2007 voor het eerst in lange tijd weer beklimmen. Al snel na de ingebruikname van de nieuwe watertoren waren er trouwens problemen. De bodem van het waterreservoir was lek. In het voorjaar van 1961 werd de bodem door een extra laag gewapend beton versterkt en pas nadat dit was gebeurd kon de watertoren echt in gebruik worden genomen.


Foto genomen omstreeks 1960 toont de Witterbrug en de Watertoren te Assen (collectie: Drents Archief)


De openbare badinrichting

Een aansluiting op de waterleiding was in de beginjaren in Assen nog lang niet voor iedereen weggelegd, zelfs niet in het geval van nieuwbouw. Zo moest de gezondheidscommissie er bij de bouw van arbeiderswoningen in 1910 nog speciaal op aandringen dat ze een aansluiting zouden krijgen op het drinkwaternet. Vijf jaar later bleek uit een onderzoek bij ruim 1150 huurwoningen dat slechts 23 procent was aangesloten op de drinkwaterleiding. Ruim 20 procent beschikte over een eigen pomp, 50 procent had een gemeenschappelijke pomp en 7 procent beschikte helemaal niet over een eigen watervoorziening.Voor veel Assenaren was de watertoren wel om een andere reden belangrijk; in de toren was namelijk ook de openbare badinrichting ondergebracht.

Mensen die thuis niet in bad konden, gingen naar de toren voor een bad tot er een apart badhuis aan de Van Riebeeckstraat, even verderop, werd gebouwd. Met de komst van de waterleiding en dankzij de aanwezigheid van een rioleringssysteem ontstond de mogelijkheid om een wc met waterspoeling te gebruiken. Dat was een essentiële verbetering van de sanitaire voorzieningen. Maar de ontwikkelingen gingen langzaam. Rond 1920 waren er in Assen nog problemen met mestvaalten in de bebouwde kom. In 1955 telde Assen nog bijna tweeduizend tonnetjes en pas in 1963 verdwenen de laatste daarvan. In 1937 nam de gemeente Assen het waterleidingbedrijf over en per 1 januari 1970 kwam het gemeentelijke waterbedrijf in handen van de Waterleidingmaatschappij Drenthe.







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl