In en om Assen





Willem de Weerd, "Domeneer van Turfland"


Willem de Weerd met zijn vrouw, die een grote rol speelde bij het schrijven van 'De Domeneer van Turfland' en de correctie verzorgde.


Dit artikel is overgenomen uit de Provinciale Drentse en Asser Courant van 3 april 1934.

..."Ik kreeg het volk in Zuid - oost Drenthe lief, zo vaak verkeerd beoordeeld en daardoor vooral in de laatste tijd in een richting gedrongen, waarvoor het niet rijp was. Wie het volk hier kent, weet, dat als er niet te vroeg wordt ingegrepen, een schat aan verborgen energie en geestelijk vermogen, een maatschappelijk en geestelijk bloeiende toekomst waarborgt"...... Deze woorden, die de heer W. de Weerd, evangelist bij de Hervormde Bondsevangelisatie te Klazienaveen, nog niet zo lang geleden neerschreef in het door hem geschreven boek "Gevangen Visschen", getuigen van de toewijding en de liefde welke hem bezielen bij zijn werk van vertroosting en bemoediging, in een omgeving die dit zozeer van node had.

Een arbeid, die de heer de Weerd thans gedurende 30 jaar heeft verricht met blijmoedigheid in Gods kracht, met volharding ondanks allerlei. Een moeilijke zware arbeid niet licht naar waarde te schatten. Zondag 1 april 1934 was het precies 30 jaar geleden dat de heer W. de Weerd zijn ambt van evangelist te Klazienaveen begon. Dit was voor ons gezien de bekendheid, die hij zich verwierf in de loop der jaren, een gerede aangelegenheid om eens een praatje te maken met de "domeneer van turfland". Hartelijk werden wij zaterdag, na een tocht door de veenderijen binnengelaten in het aardige vriendelijke huisje naast het mooie vredig kerkje. Groot was echter de verwondering van de heer des huizes, toen we het doel onzer komst mededeelden.

Hoe kan nu één sterveling weten dat ik morgen hier dertig jaar ben. Ik geloof zelfs niet, dat mijn vrouw en kinderen er iets van afweten. Ik had gedacht morgen in de avonddienst er even aan te herinneren en verder basta! zo deelde hij ons mee. spoedig bleek echter wat een gezellig causeur de heer de Weerd is en eveneens wat voor goede gastheer hij is voor een ongenode gast. Hij vertelde van zijn komen naar Klazienaveen, waar te midden van een grote wildernis ene klein houten kerkje stond. Direct heb ik mij toen tot ideaal gesteld: Ik blijf totdat hier een kerk is gesticht. En dit is me dan tenslotte gelukt, mede dankzij de gelden, die ik door het schrijven van mijn boeken verdiende. Hoe kwam u eigenlijk op het idee om te schrijven?

Was onze vraag. Och dat waait je zo aan, was het wederwoord. Ik heb altijd de gewoonte of de neiging gehad alle bijzondere voorvallen, die ik tegen kwam op te tekenen. En toen ben ik op een gegeven moment gaan schrijven, om de over het algemeen onbekende toestanden, die hier heersten, eens in wijder kring bekendheid te doen verwerven. Hoe ging het toen verder met het stichten van een kerk, zo vroegen we verder. Ja, zei de heer de Weerd, langzamerhand kwam het zover, dat ik met behulp van de maatschappij Klazienaveen een kerk kon bouwen. Dat was in 1923. Maar een paar jaar later - en hier betrok eventjes het gelaat van onze gastheer - trok het volk hier weg naar Heerlen, Velsen, Eindhoven enz.


In zijn boek De Domeneer van Turfland (1916) beschrijft Willem de Weerd de indrukken die hij kreeg als Evangelist godsdienstonderwijzer van de geestelijke en maatschappelijke nood van de mensen in de Zuidoost-Drentse venen.


Ik preek net zo lang door tot ik tenminste een flinke kerk kan neerzetten

Dat is voor mij een heel pijnlijke tijd geweest. U moet begrijpen, Ik had net zo'n gevoel als een kip, die eendeneieren uitgebroed heeft en die vanaf de waterkant zijn jongen ziet wegzwemmen. Wel, wel, ze hebben jou ook in de krant gezet, zegt onze vriendelijke gastvrouw, die glimlachend binnentreedt met een opengeslagen "Zuid Ooster" in de hand en ons even later een heerlijk geurend en dampend kopje koffie offreert. Het is mij een raadsel, betuigt onze evangelist nogmaals zijn verbazing. Het is niet geworden wat ik gehoopt had, zegt de heer de Weerd, na dit kleine intermezzo de draad van het gesprek weer opvattend. En nu zijn de omstandigheden van dien aard, dat ik de kerk liever wat kleiner had en het verenigingsgebouw wat groter.

Weet u wat zo gek is? Ik heb me gespiegeld aan de omgeving. Zo had ik opgemerkt, dat men bijvoorbeeld in Barger - Oosterveen een kerk had gebouwd die tenslotte te klein bleek te zijn, zodat er telkens weer wat uitgebreid moest worden, En toen dacht ik bij mezelf: Ik preek net zo lang door, al is het ook in een schuur, tot ik tenminste een flinke kerk kan neerzetten. Maar het is niet gegaan zoals ik had gedacht. Ik heb nu een flinke kerk en geen mensen. Maar je kunt nu eenmaal de historie niet voorzien. Zo vanzelf kwam het gesprek op de mentaliteit van de mensen, waaronder de heer de Weerd werkt en over de houding die deze ten opzichte van de dienst van God innemen. U zult zo langzamerhand de mensen wel hebben begrepen, vroegen wij.

Dat is ook nog niet zo gemakkelijk werd ons verteld. Want iedere keer dast je denkt dat je je mensen kent, kom je weer voor verrassingen te staan. En och, wanneer ontdek je eigenlijk jezelf. U moet bovendien niet vergeten dat hier een ontzaggelijk verschil is tussen de mensen. Ze komen uit allerlei streken. De bevolking hier heeft geen eigen geschiedenis, niet één geest niet één sfeer. Uit het verder wat onze gastheer ons vertelde bleek maar al te duidelijk dat hij altijd in de weer is. Hij is voorzitter van de Groene kruis afdeling, bemoeit zich met allerlei buurtdingen, strekt zijn werk uit tot in de werkverschaffing.

En wat heb ik al niet moeten schrijven, zo voegde hij er aan toe. Het gesprek kwam tenslotte nog op de benarde toestanden, waarin de Veenkoloniën verkeren en onbevangen sprak de heer de Weerd zijn kritiek uit over verschillende regeringsmaatregelen, zoals ook in hittigheid des toorns zijn "Praatjes en plaatjes uit Drenthe" schreef. Hij toch weet, wat er in de harten van zijn volk leeft en kent na 30 jarige praktijk bij uitstek de noden en behoeften van zijn streek. Hebt u nog plannen voor de toekomst wat betreft het evangeliewerk, zo was onze laatste vraag. Ik ben van plan hier rustig te blijven en door te werken aan de volmaking van mijn werk., was het antwoord. Mijn ideaal voort de toekomst is om hier een Hervormde gemeente te krijgen.

Rustig doorwerken met blijdschap in Gods kracht, maar ook energiek doorzetten met ware ernst zijn levenswerk; dit typeert de persoonlijkheid van de evangelist de Weerd. Ik duld geen prutswerk waar het gaat om de hoogste en eeuwige dingen, waren zijn woorden, toen hij ons tot slot rondleidde in het mooie vriendelijke en gewijde kerkje. En we namen slechts node afscheid van de man, die ons in enkele ogenblikken sympathiek was geworden. Wij wensen hem nog vele jaren toe.


Bronvermelding:

‘Somer in het Drents archief’; Een genealogisch en historisch onderzoek naar de Somer familie.


Info op biddenvoordeveenkolonien.nl

De heer W. de Weerd was evangelist bij de Hervormde Bondsevangelisatie Immanuël te Klazienaveen. Hij begon zijn pioniersarbeid onder de veenwerkers in 1904. Er stond toen een klein houten noodkerkje, in 1902 neergezet op initiatief van Braak-Hekke, de evangelist van Emmer-Compascuum.

De Weerd stelde zich als doel: "Ik blijf totdat hier een kerk is gesticht." De plaatselijke bevolking bracht voor het traktement van de evangelist 200 gulden bij elkaar. De familie Scholten, eigenaar van het gebied (Klazienaveen dankt haar naam aan mevrouw Klaziena Scholten), deed de rest, waaronder 10.000 turven en af en toe een nieuwe fiets. In 1923 stond de nieuwe kerk er. De eerste steen werd door De Weerd gelegd in juni 1922. Achter deze eerste steen zijn twee flessen ingemetseld. In één van deze twee bevindt zich een papier met de volgende tekst: "dat hij, die breekt deze muren, bezield met de geest om af te breken, zij gewaarschuwd, want het woord de Heren is tot in eeuwigheid". Achter de steen bevinden zich eveneens een Emmer Courant, een Asser Courant en een Veenbode, samen met een aantal muntstukken en bankbiljetten uit 1922.

Het gebouw werd al spoedig 'Veenkerk' of 'Kerkie van De Weerd' genoemd. De Weerd trok zich het lot van de mensen aan. Hij probeerde hun levensomstandigheden te verbeteren en hen normen en waarden bij te brengen. In het gebied leefde bijgeloof in heksen en spoken en er was angst voor duivels. Veel kinderen stierven 'behekst' en sommige oude vrouwen werden met een scheef oog aangekeken. Meermalen werd De Weerd met de dood bedreigd. Om geld bij elkaar te krijgen voor zijn kerk ondernam hij bedeltochten door heel het land. Hij ging bij ministers op audiëntie om te pleiten voor zijn mensen. In 1916 vestigde hij met zijn eerste boek 'De domeneer van Turfland' de aandacht van christelijk Nederland op de geestelijke en maatschappelijke nood van de mensen in de Zuidoost-Drentse venen.

Zijn boek noemde hij een 'papieren collectant' omdat de opbrengst ervan was bestemd voor de nieuwe kerk. Voor zijn werk in het Veenkoloniale gebied kreeg De Weerd een koninklijke onderscheiding. Koningin Wilhelmina noemde hem de 'zendeling in eigen land'. De kerkelijke instanties keken anders naar zijn werk: het dopen van kinderen en het bedienen van het avondmaal was tegen de regels. Dominee Willem de Weerd stierf in 1946.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl