In en om Assen





Het Zuidlaardermeer


Het Zuidlaardermeer is een 540 hectare groot en ondiep meer, dat voor het grootste deel in de provincie Groningen ligt. Slechts een kwart bevindt zich in Drenthe.

Vanaf Drentse zijde wordt het Zuidlaardermeer gevoed door de Hunze, aan de noordkant vervolgt het water zijn weg naar het noorden via het Drentsche Diep.

Voor dit gebied waar veel recreanten komen, is het belangrijk om recreatie en behoud van natuurkwaliteiten goed op elkaar af te stemmen.


Natura2000-gebied

De natuurwaarden van het Zuidlaardermeer en de rondom gelegen oeverlanden, polder- en moerasgebieden staan sinds enkele decennia onder druk vanwege onder meer de veranderde waterhuishouding.Toch zijn er ook positieve veranderingen zoals herstel van de oeverlanden nabij Zuidoevers en inrichting van moerasgebieden ten noorden van het meer. Het belang van het Zuidlaardermeer en omgeving is onderkend in de aanwijzing als Natura2000-gebied. Bescherming van het gebied is ook hard nodig, want ook de recreatiedruk op en rondom het Zuidlaardermeer is groot. Veel mensen komen jaarlijks genieten van al het moois in dit gebied.


Ontstaan

Het Zuidlaardermeer ligt in het oerstroomdal van de Hunze. Dit dal is ontstaan aan het einde van de één na laatste ijstijd. Onvoorstelbare hoeveelheden smeltwater van reusachtige gletsjers hebben het oerstroomdal van de Hunze in het landschap uitgeschuurd: een dal van tientallen meters diep en kilometers breed. In de laatste ijstijd is het dal voor een deel dicht gewaaid met zand. Toen het warmer werd, de zeespiegel steeg en de waterafvoer ging stagneren, ontstonden er venen in alle soorten en maten. Aan de westzijde werden ze begrensd door de Hondsrug, aan de oostzijde door het uitgestrekte Bourtanger-hoogveen. Geleidelijk aan ontstond te midden van die uitgestrekte venen de Hunze die via het Reitdiep in de Waddenzee uitmondde.

In de middeleeuwen raakte in Groningen de afwatering vermoedelijk enigszins verstopt, waardoor ter hoogte van Zuidlaren het water alle kanten uitwaaierde. Zo ontstond een natuurlijk meer dat als een uit zijn jas gegroeide Hunze kan worden beschouwd. In de middeleeuwen werd het Zuidlaardermeer omgeven door rietland en moerasgebied. Ter hoogte van Zuidlaren waren dat uitgestrekte overstromingsvlakten die werden gedomineerd door riet, zeggen, Dotterbloemen en vele andere fraaie moerasplanten. Aan de noordkant van het meer was de brakke invloed van de Waddenzee nog merkbaar. Dat komt nu nog tot uiting in de Lidsteng die hier plaatselijk voorkomt. Tegen de Hondsrug aan kwamen zogenaamde binnenvenen voor, door regenwater gevoede hoogvenen. Meer naar de Hunze toe kwelde vanuit de Hondsrug ijzerrijk grondwater in het gebied op, waardoor de moerassen rijk waren aan planten als Krabbenscheer, Holpijp, Waterdrieblad en Grote boterbloem.


Teloorgang

In de afgelopen eeuwen zijn veel moerassen ingepolderd voor landbouwkundig gebruik. De waterstanden werden verlaagd, het veen klonk in en ging oxyderen. Om de boeren droge voeten te laten houden moesten polders zoals de Onner- en Oostpolder steeds dieper worden bemalen. Het leek wel of het Zuidlaardermeer steeds hoger kwam te liggen. Dat was aan de ene kant schijn want juist het oppervlak van de omgeving daalde. Aan de andere kant is het peilbeheer van het meer wel veranderd. Zakte vroeger het peil van het meer in de zomer vrij ver uit, tegenwoordig wordt een onnatuurlijk waterpeil gehanteerd:

's zomers hoge en 's winters lage waterstanden met maar heel beperkte peilverschillen. Een dergelijk waterregime is ongunstig voor moerasontwikkeling. Riet en vele andere moerasplanten houden van dynamiek: nu eens een flinke overstroming in de winter, in de zomer droogvallende oevers die een geschikt kiembed vormen voor nieuwe rietlanden. Door verlaging van de waterstanden in de omgeving van het Zuidlaardermeer is de soortenrijkdom van de rietlanden verminderd: verdroging en verzuring hebben hun tol geëist.


Planten

Ook de waterkwaliteit van het Zuidlaardermeer is in de afgelopen decennia slechter geworden. Vanuit het Hunzegebied stromen teveel meststoffen zoals fosfaat het Zuidlaardermeer in. De helderheid is daardoor sterk afgenomen en er komen bijna geen waterplanten meer in het meer voor. Algen groeien goed op die meststoffen, maar dat leidt in warme zomers tot blauwalgenbloei en soms zelfs tot een zwemverbod. Gelukkig zijn er initiatieven om de waterkwaliteit weer te verbeteren. Zo wordt de kwaliteit van het water dat de rioolwaterzuivering van Gieten op de Hunze loost verbeterd.

Links: harig wilgenroosje (Epilobium Hirsutum)


Het Zuidlaardermeer kent nog vele inhammen met Gele plomp en riet. Door het constante waterpeil vindt bijna geen verlanding meer plaats, de jonge verlandingsstadia ontbreken er dan ook goeddeels. De bestaande rietlanden herbergen nog wel verschillende stadia, elk met kenmerkende plantensoorten.


Oudere rietlandstadia verzuren op den duur van nature. De bodem raakt dan bedekt met veenmos. In drogere rietlanden met een vaste kragge (wortelmat) hoopt zich vaak strooisel op en groeien ruigtekruiden. Dit zijn meestal forse planten, zoals Harig wilgenroosje, Smeerwortel en Engelwortel. Rietland dat aan zijn lot wordt overgelaten verandert in enkele decennia in een moerasbos van elzen of wilgen. Voorbeelden zijn bij de Zuidoevers en de Bloemert te vinden.


Vogels

Een gebied van deze omvang en kwaliteit staat garant voor vele vogelsoorten. Het Zuidlaardermeer en de omliggende polders herbergen vele broedvogelsoorten die op de Rode lijst staan. In de uitgestrekte rietvelden broedt de zeldzame Roerdomp die bij voorkeur zijn nest in oud riet bouwt dat in het water staat. Nog steeds kan men boven de rietkragen de Bruine kiekendief observeren. Helaas is de Grote karekiet verdwenen, mede omdat er niet meer genoeg riet groeit dat in het water staat. Ook de Zwarte stern is verdwenen, onder meer vanwege de afwezigheid van jonge verlandingsstadia. Gelukkig verschijnen er ook nieuwe soorten broedvogels zoals Blauwborst, Grauwe gans en Krakeend.

In de nieuwe moerasgebieden ten noorden van het Zuidlaardermeer zijn ook sinds een aantal jaren de Grote zilverreiger, de Lepelaar en zo nu en dan ook de Zeearend te bewonderen. De omliggende polders waren beroemd om de vele weidevogels zoals de Grutto en Watersnip. Helaas is het aantal Grutto's dramatisch teruggelopen. Dat is een landelijke trend. De populatie van Grutto's vergrijst. Te weinig kuikens worden vliegvlug om de sterfte van de ouders te compenseren. Jonge Grutto's eten nog geen wormen. Ze moeten dagelijks vele kilometers rennen om voldoende insecten van kruiden bij elkaar te scharrelen. De volwassen vogels eten graag regenwormen in vochtig grasland dat is bemest met stalmest.


Alleen al omdat 'de jeugd' andere eisen stelt aan haar woonomgeving dan de ouders, moet het grasland gevarieerd worden beheerd. Het Zuidlaardermeer is van internationale betekenis voor de vele overwinterende eenden, ganzen en zwanen. De Smient is 's winters een algemene verschijning rondom het Zuidlaardermeer. Rietgans, Kolgans en Kleine zwaan gebruiken het Zuidlaardermeer als slaapplaats.

Deze dagactieve vogels foerageren in de omliggende polders en het Hunzedal. Dankzij voedzame grassen die aan het eind van de winter al veel voedingsstoffen bevatten, kunnen deze wintergasten met 'volle brandstoftanks' de reis van duizenden kilometers naar het hoge noorden volbrengen

Rechts: kleine zwaan


Herstel

Het Zuidlaardermeer, de Hunze en de omliggende graslanden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een goed beheer van het watersysteem bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van de natuur.Veel instanties zijn bezig de kwaliteit van dit natuurgebied te herstellen en te vergroten. Bovenstrooms is vooral Het Drentse Landschap bezig nieuwe moerasnatuur langs de Hunze aan te leggen. Aan de zuidkant van het meer zijn slenken gegraven, waardoor geleidelijke overgangen tussen land en water ontstaan. Stichting Het Groninger Landschap is bezig de uitgestrekte polders aan de west- en noordzijde van het meer verder in te richten als weidevogelgrasland en moerasgebied.

Dit gaat samen met het gebruik van de gebieden voor waterberging. Hiermee wordt voorkomen dat de Groningers in natte tijden last krijgen van Drents water. Met de recente herintroductie van de Bever in het gebied hebben de beide Landschappen hulp gekregen bij het beheer van het Zuidlaardermeergebied. En hoewel sommige van de uitgezette Bevers nog zoekende zijn naar hun plek in het gebied zal het beverwerk de variatie in het gebied verder vergroten. Spannend om dat de komende tijd te gaan volgen!


Bronvermelding:

'Het Drentse Landschap'. Sept. 2006, nummer 51. Een artikel van Geert de Vries, projectleider bij het IVN Consulentschap Drenthe en lid van de Wetenschappelijke Adviescommissie van Het Drentse Landschap. Foto's: Geert de Vries uitgezonderd het harig wilgenroosje; deze is afkomstig van de collectie van de Katholieke Universiteit van Leuven.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl