In en om Assen





Het Zusterhuis aan de Kolk


Het Zusterhuis - Maria in Campis -


Boven in het Zusterhuis hadden we vier dames in pension.

Halverwege 1938 namen de zusters van O.L. Vrouw van Amersfoort het 'Zusterhuis ' aan De Kolk in gebruik. De congregatie had het huis van de erven Pelinck gekocht. Een klokketorentje met een kruis op het gebouw, waar voorheen de Credit Lyonnais was gevestigd, herinnert nog aan deze bestemming. Toen overste Geneviève Assen om gezondheidsredenen moest verlaten, werd ze in april 1943 opgevolgd door zuster Rimberta de Vries. Bertus Boivin sprak met de nu 87-jarige zuster Rimberta over haar verblijf in Assen. Ze woont al weer een paar jaar in een bejaardenhuis voor religieuzen in Bussum. Haar vier jaar in Assen herinnert ze zich nog als de dag van gisteren.

"We waren met zeven zusters in het huis. Beneden links in de Spiegelkamer hadden we een echtpaar in pension en aan de rechterkant verhuurden we de grote voorkamer. Daarachter waren de keuken, de refter en de naaischool van zuster Canisio. 'Knisio', zeiden de kinderen. Net zoals ze in Assen 'knien'n' tegen konijnen zeiden. Naar de naaischool kwam echt iedereen uit Assen; ook veel protestantse meisjes dus. Zuster Francisca Maria had een kleuterschooltje in het Parochiehuis." "Boven in het Zusterhuis hadden we vier dames in pension. Eén ervan, mevrouw Lammerts, noemden we 'Oma' en verder herinner ik me dat we een mevrouw Surmeijer in pension hadden, een vroegere onderwijzeres. De pensiongasten waren onze belangrijkste bron van inkomsten.

Het was eigenlijk een beetje deftig particulier bejaardentehuis. Lang niet alle gasten waren katholiek." "Eind september 1944 zijn we uit het huis gezet, omdat de Duitse Feldgendarmerie erin moest. We hadden het al een tijdje zien aankomen, want de Duitsers vorderden overal in de stad huizen met centrale verwarming en stromend water. We kregen 24 uur om eruit te gaan en we moesten alle meubels en bedden laten staan. Terwijl de Duitsers nog aan het rondkijken waren, zijn de zusters al begonnen i om de kelder leeg te halen. We hadden veel voorraad, want zuster Leonarda, onze keukenzuster, had dat jaar erg veel geweckt. De zusters gaven de weckflessen over de muur door aan onze achterburen. We hebben de hele nacht doorgewerkt om zoveel mogelijk te kunnen meenemen."


Van de Canadesen kregen wij een vaatje boter

"Pastoor Van Benthem had voor ons voor onderdak gezorgd bij de weduwe Klapdoor op de Noordersingel. Drie zusters sliepen bij juffrouw Von der Möhlen die aan de Brink (in het Ontvangershuis) woonde. Onze gasten hebben allemaal onderdak bij familie gevonden." "In één klap waren we onze meeste inkomsten kwijt. Alleen de zuster van de kleuterschool en zuster Canisio verdienden nog wat. De kleine katholieke gemeenschap van Assen heeft ons door die moeilijke tijden heen geholpen. Katholieke zakenlui als Herman Jansen en de Gerritsma's stopten ons wat toe en katholieke boeren uit de buurt kwamen melk en karnemelk brengen. Zelf hadden we een geweldig ruilmiddel in handen, namelijk de pruimen uit de tuin van mevrouw Klapdoor."

"Op de avond van 12 april 1945 - de avond voor de bevrijding - hebben we voor het raam staan kijken naar het wegtrekken van de mensen die het hier te heet onder de voeten werd en de volgende morgen waren de Canadezen er. Zuster Leonarda had een paar Engelse woorderi geleerd. 'Come in!', riep ze: 'Will you coffee?' We hebben een vaatje boter van ze gekregen. Zij gebruikten het om hun wagens te smeren. Wij hebben er niet alleen zelf van gesmuld, maar we hebben in jampotjes ook een heleboel van weggegeven. Eindelijk konden we iets terugdoen. 's Middags zijn we meteen naar ons huis gaan kijken. De sleutels zaten nog in de deur en er stonden nog volle ontbijtbordjes op tafel. Zo snel waren de Duitsers eruit gegaan."

De volgende dag al kwam een Nederlandse officier bij ons de sleutels ophalen. Nu had het Militair Gezag ons huis gevorderd en zou er anderhalf jaar in blijven zitten. We hebben van alles moeten doen om ze er uit te krijgen. Zelf zijn we verschillende keren naar hun hoofdkwartier in het Parkhotel geweest. Meteen na het eten erheen, dan zouden ze wel in een goede bui zijn, dachten we, maar het hielp niet. Hoofdaalmoezenier Van Straalen en Kardinaal De Jong hebben er zich er persoonlijk voor moeten inspanspannen." Op een dag kwam één van de meisjes van de naailes van zuster Canisio vertellen dat bij haar vader, die steenhouwer was, een militair was geweest om een stuk van een marmeren plaat af te laten halen.

De vader vertrouwde het niet: kwam die plaat misschien uit ons huis? Wij meteen kijken en het bleek dat ze een wastafel hadden weggehaald. Daar hoorde die plaat bij. We hebben meteen ons beklag gedaan. Zo'n kleine besloten gemeenschap was Assen toen nog." "Vooral die lange maanden na de bevrijding zijn eigenlijk een hele akelige tijd geweest, want we wilden allemaal graag naar ons huis terug. Pas op 20 november 1946 konden we er weer in en halverwege januari konden onze pensiongasten weer terugkomen. Eigenlijk op het moment dat alles weer een beetje op orde was, kreeg ik bericht dat ik was overgeplaatst naar Enkhuizen..."


Het Zusterhuis anno 2011


Foto Sietse Kooistra


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 1993. Een artikel van Bertus Boivin







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl