In en om Assen





De Zwanenstraat


De Zwanenstraat gezien vanaf de Valkenweg omstreeks 1960. (collectie Gemeentearchief Assen)


Op de Steendijk liep er een greppel langs de woningen.

In 1951 ben ik op mijn zesde jaar vanuit Alkmaar naar Assen verhuisd en wij kwamen te wonen in de Zwanenstraat in Assen-Oost. Deze straat liep van de Eiberstraat min of meer parallel aan de Steendijk en kwam hierop uit bij het Pelincksbos, nu het Amelterbos. We waren een van de eerste bewoners, maar als spoedig kwamen er meer gezinnen wonen met nogal wat leeftijdgenoten van mij. Zo woonden er onder anderen de families Boelens, van der Molen, de Vries, Oosting, Groen, de Roos en van Staveren. In die eerste zomer hebben wij een prachtig speelterrein gehad in de in aanbouw zijnde huizen van het Bouwfonds. Voor zover ik mij herinner was dit een van de eerste grotere projecten van het Bouwfonds, dat toen nog gevestigd was aan de Javastraat.

Na de zomervakantie moesten we naar school en dat was voor de meesten uit de buurt de Vermeerschool, school nummer 4, die bekend stond als opleidingsschool. Gezamenlijk liepen we vanuit de Zwanenstraat via de Steendijk en de Pelikaanstraat naar school. De Steendijk bestond toen nog uit een middengedeelte dat verhard was met klinkers en langs de randen een strook kinderkopjes. Daarnaast was er een brede zandstrook aan beide zijden en een greppel langs de voortuinen van de woningen. Ik weet dat nog zo goed omdat ik een keer mijn schoolrapport op weg naar huis in die greppel heb laten vallen, zodat het helemaal nat was geworden.

Op de Vermeerschool kwam ik in de eerste klas terecht bij mevrouw Lever. In de jaren daarna volgen juffrouw Zwart, meneer Bergman, meneer Kuit, meneer Boxma, meneer Popken en het hoofd van de school was meneer Buurma. De school kende klompenbakken in de gang (met mijn Noord Hollandse achtergrond voor mij totaal onbekend). Bij meneer Kuit moest je voor de klas een liedje zingen voor een cijfer. Hij begeleidde je dan op zijn viool met een demper. Meneer Boxma had een piepend orgeltje. In de zesde klas moesten we zelfstandig werken voor het toelatingsexamen van de HBS. Door omstandigheden heb ik dat nooit gehaald en moest dus naar de ULO van de heer Sperna Weiland.


Macht over de eigen buurt

Na schooltijd waren we vaak aan het voetballen op het grasveld in onze straat en in de winter bouwden we daar ijshutten met een glijbaan om er met de slee vanaf te glijden. Ook het bosje langs de Valkenweg was een geliefde speelplek om bijvoorbeeld boompje te klimmen en verstoppertje te spelen. Schaatsen deden we op de gracht bij de Landbouw Winterschool (nu een grasveld tussen de Pelikaanstraat en de Adelaarsweg). Bij het vliegeren was het een sport om met de vlieger zover mogelijk door verschillende straten te lopen (Valkenweg, Eiberstraat, Reigerstraat enzovoort) zonder dat het touw ergens achter bleef haken. Op oudejaarsavond hielden we ons vaak bezig met slepen en met het knallen met carbidbussen.

Iets anders dat in mijn herinnering naar boven komt was de speeltuin van de heer Detmers. Deze toen voor ons al oude man had uit liefhebberij voor de jeugd een particuliere speeltuin in zijn tuin gebouwd. Hij woonde op de hoek van de Steendijk en de Eiberstraat en zijn tuin grensde aan onze achtertuin. In de speeltuin had hij onder meer een draaimolen, een soort kabelbaan en nog wat andere toestellen gebouwd, waar we tegen betaling gebruik van konden maken. Detmers moet al zo'n tachtig jaar zijn geweest, maar hij liep hele afstanden en maakte nog een vogelnestje in de ringen. Later zijn we nog vaak bij hem op bezoek geweest om televisie te kijken, omdat hij een van de eersten was die zo'n apparaat in huis had.

Gezeten op planken die over stoelen waren gelegd heb ik zo met mijn buurtgenoten de eerste uitzendingen gezien. Op latere leeftijd breidde ons speelterrein zich verder uit naar het Pelincksbos en het terrein van Valkenstein. Vanuit het Pelincksbos konden we nog verder langs het stroompje naar het Deurzerdiep en via de spoorbrug van het spoor naar Rolde naar Kampsheide en het Balloërveld. De spoorbaan werd toen nog gebruikt. Nu loopt er een prachtig fietsen wandelpad. Toen maakten we ook meer kennis met leeftijdgenoten uit andere buurten, zoals het Blauwe Dorp, de Tweesporenweg en het woonwagenkamp aan de Lonerstraat. Deze ontmoetingen gingen nogal eens gepaard met vechtpartijen, die ontstonden uit een vorm van macht over de eigen buurt.


In de buurt kon je ruiken welk groenteseizoen het was

Een ander verschijnsel uit die jaren was de nabijheid van de Wilco en de Drentex (later Hoy en nog later Coveco). Nogal wat bewoners uit onze buurt werkten daar of verrichten thuiswerk. Zo werden er thuis doppers gepeld of wortels gekopt. Je kon in onze buurt heel goed ruiken welk groenteseizoen het was. Het groenteafval van de Wilco werd opgehaald door boer Jansen, die zijn boerderij had op de hoek van de Tuinstraat en de Vredeveldseweg, waar nu apotheek Vredeveld zit. Hij gebruikte dat afval als veevoer en vaak stonden er dan karren vol opzij van zijn boerderij of bij een van zijn weilanden, zoals bij ons aan het eind van de Zwanenstraat. De geur was niet altijd plezierig. En als Jansen afval van uien had gebruikt gaven volgens de verhalen de koeien ook melk die naar uien stonk.

Over melk gesproken, in die begin jaren vijftig hielp ik ook nog al eens de melkboer van de Acmesa, die met zijn handkar met losse melk bij ons door de buurt kwam. De melk werd uit een melkbus met een litermaat in de pannetjes van de klanten geschept. Later kreeg de melkboer een karretje met een motor op het voorwiel. Op mijn tweeëntwintigste ben ik uit huis en Assen-Oost vertrokken en heb nog op verschillende plekken in Assen gewoond. Sinds 1990 woon ik in Grouw. Maar als ik in Assen kom rijd ik nog vaak even door Assen-Oost om er te kijken. Want deze buurt heeft nog steeds een warm plekje in mijn hart.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; Een artikel van Hans Beckering





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl